Nieuws

Interview met twee stadstuiniersters

Voor het project Planten voor de Toekomst interviewden wij twee stadstuiniersters in de Hortus Amsterdam, één van de oudste plantentuinen ter wereld. Beide dames deden mee aan de serie 'proeftuinen', een initiatief van Waag Society en De Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen. Tijdens deze proeftuinen wordt er volop geëxperimenteerd met vernieuwende concepten. Met als doel aansprekende publieksprogramma's of spannende tools te ontwikkelen.

Wij stellen ze aan je voor!

Antoinette Wubben, 56 jaar, museummedewerker, woonachtig in Amsterdam West & Judith Baehner, 44 jaar, groen en culinair stylist/redacteur, woonachtig in IJburg.

Jullie zijn dus stadstuiniersters? 
Judith: ''Ik doe niet anders!'' 
 
Antoinette: ''Ik heb sinds negen jaar een volkstuin in Amsterdam. En daarnaast heb ik een geveltuin. Dan mag je van de gemeente Amsterdam een aantal stoeptegels vervangen door aarde waar je van alles op kunt laten groeien. Dat doe ik al zo'n 25 jaar.'' 
Judith: "Als kind had ik al een stukje tuin. Mijn vader komt van een boerderij in Duitsland, dus hij had al een liefde voor de natuur. In Haarlem, waar ik opgroeide, hadden mijn ouders een flinke lap grond waar vooral eetbare planten groeiden. Dat was in de jaren '70, toen iedereen ineens macrobiotisch moest eten." 

Welke functie heeft de Hortus in Amsterdam als botanische tuin volgens jullie? 

 
Antoinette: ''De functie is volgens mij onder andere het verzamelen van exoten geweest. Maar ik zou het erg leuk vinden als ze aandacht zouden besteden aan de tuinders in Amsterdam van nu. Wat groeit er allemaal in dit klimaat en deze stedelijke omgeving? En wat vooral niet?''
Judith: "Het doorgeven van kennis speelt inderdaad een grote rol, maar daarnaast is het ook rust en genieten. Oh, en de historie. Het blijft toch een magische plek."

Wat vinden jullie ervan dat zoveel mensen tegenwoordig bezig zijn met een 'groene' lifestyle waarbij stadstuinieren een onderdeel is?
Antoinette: ''Ik vind het hartstikke leuk dat er meer aandacht voor is. Alleen veel mensen kopen nu iets, een radijsplantje bijvoorbeeld, dat meteen 'satisfaction' geeft. En dat zetten ze in de grond en dan denken ze dat ze klaar zijn. Maar het is natuurlijk een heel proces."
Judith: "Maar jij hebt ook heel veel kennis. Ik vind wel dat er binnen die nieuwe beweging een soort kennisstroom moet komen."
Antoinette: "Ja, voor mij zit de uitdaging 'm er nu in vierkante meters om te zetten naar zoveel mogelijk voedsel. Ik heb van de week mijn uien gepland. En dan zit ik daar zo met mijn knieën op de grond te zweten... Daar word ik dan heel gelukkig van."

Op welke manier delen jullie deze passie voor het tuinieren met anderen?
Judith: "Als schrijver wil ik het wereldkundig maken, of dat nu via het web of via een tijdschrift is. Ik wil mijn eigen vreugde ook naar andere mensen kunnen overbrengen. Hoe? Dat maakt me dan niet zoveel uit." Welke hoogtepunten uit deze tuin zou je andere bezoekers aanraden?
Antoinette: "De vlinders vind ik betoverend. En de oude palmenkas en kruidentuin. En je moet natuurlijk een fijne rondwandeling doen."

Zijn er nog elementen die je mist aan deze botanische tuin?
Antoinette: "In deze tuin mis ik ruimte, dat zou ik meer willen ervaren. Ik ben een buitenmens en ik houd van de buitenlucht."
Judith: "Ik mis niet echt iets specifieks. Je hebt zoveel verschillende botanische tuinen en ze hebben allemaal weer wat anders. Wat de één niet heeft, vind je bij de ander. Juist daarom is het zo leuk om ook andere tuinen te bezoeken."

Dus iedere tuin heeft een eigen verhaal dat verteld moet worden? 
 
Judith: "Jazeker! Daarom vind ik het ook zo goed dat ze tijdens de proeftuinen bezig zijn met een cross-over tussen alle verschillende tuinen in Nederland. De botanische tuinen zijn voor mij een feest van herkenning"

In het samenwerkingsproject 'Planten voor de Toekomst' gaat de Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen (NVBT) de gegevens van hun plantencollecties met elkaar verbinden en op een innovatieve wijze delen met het publiek. De NVBT werkt hierbij nauw samen met Waag Society om de publieksprogrammering te ontwikkelen via co-creatie met bestaand en potentieel nieuw publiek en andere betrokkenen. Het project loopt tot en met 2017, het Jaar van de Botanische Tuin.