Essay Michiel Schwarz: 'Toekomst is een werkwoord'

Op uitnodiging van Waag Futurelab schreef Michiel Schwarz een essay over de toekomst. Schwarz is een onafhankelijk cultureel denker, sociaal vernieuwer en socioloog van de toekomst. Hij richt zich op design, stedenbouw en sociale duurzaamheid. Onder de titel Toekomst is een werkwoord (van toekomst-shock naar toekomst-maken) pleit Schwarz dat nieuwe lokale samenwerkingsvormen de enige manier zijn om een duurzame en inclusieve toekomst te realiseren. 

download het essay

Hoi Michiel. Waarom noem je toekomst een werkwoord?

‘We hebben het vaak over ‘de’ toekomst. Maar ik zie het niet als een bestemming of iets dat met hoge snelheid op ons afstevent. Het is iets wat we samen moeten maken. Vaak lijkt het alsof externe krachten zoals ‘de technologie’ ervoor zulllen zorgen dat de toekomst er heel anders uitziet.

Maar net zoals we de geschiedenis schrijven, moeten we ook de toekomst schrijven.

Maar net zoals we de geschiedenis schrijven, moeten we ook de toekomst schrijven. De toekomst moet ónze toekomst worden en niet hún toekomst. Vandaar ook de ondertitel: van ‘shock’ naar ‘maken’. We hoeven er niet bang voor te zijn, maar we moeten onze houding veranderen van passieve waarnemers naar actieve deelnemers in het vormgeven van de toekomst.’

Een belangrijk concept dat je beschrijft is sustainisme. Wat bedoel je daarmee? 

'Het is een cultuurvorm, hoe we naar de wereld kijken, wat onze waarden zijn en hoe de wereld vormgeven. Ik zie het als de volgende fase in de cultuur na het twintigste-eeuwse modernisme. De laatste tien à vijftien jaar zien we een cultuuromslag richting belangrijke zaken zoals een duurzamere sociale omgeving, ecologie, betrokkenheid en kleinschaligheid. Neem het stadsmaken: de stad van onderop ontwikkelen in plaats van bovenaf.

Joost Elffers en ik gaven deze cultuurverandering meer dan tien jaar een naam in een sustainistisch manifest: als duurzaamheid het doel is, dan is sustainisme de cultuur die daarvoor nodig is. Gedragen door mensen en gemeenschappen. De lokale markten, Do-It-Yourself beweging, zelfbouw en stadsmakers zijn voorbeelden van een nieuwe praktijk. En die is fundamenteel anders dan de mondiale blik gericht op schaalbaarheid en groei.

Mensen willen weer dingen van dichtbij.

Mensen willen weer dingen van dichtbij. Dit essay is een pleidooi om die nieuwe lokale vormen uit te vinden als kern van ons maatschappelijk toekomst-maken.' 

Wie heeft er nu de meeste invloed op onze toekomst? En wie zit er idealiter aan de ontwerptafel van de toekomst? 

'De grote machten en krachten in de bouw, de medische wereld, landbouw en technologie zijn nog steeds leidend. Maar de beweging die begon als tegenbeweging begint nu echt vorm te krijgen. Over tien jaar zullen twintig tot vijfentwintig procent van onze economie, landbouw en productie op die andere waarden zijn gebaseerd. Je ziet het al in de groei van coöperatieven en activiteit in de lokale economie. We moeten af van het idee dat de hele wereld op dezelfde manier met economie en productie om moet gaan.' 

Hoe zie jij zelf de toekomst? Ben je optimistisch? 

'Zeker. Als je eens ziet hoe snel het gaat in de afgelopen periode. Het lokale groeit en krijgt echt een volume. Als ik zie hoe de jeugd kijkt naar natuur en duurzaamheid ben ik echt wel optimistisch gestemd. Verandering als deze gaat vaak via overheden en grote instituties.

Als dertig procent van dit soort organisaties met een andere mentaliteit aan het werk gaat, zullen de modellen verschuiven. Denk aan het lokaliteitsprincipe: wat lokaal kan, moet lokaal. Als je dit bij wet gaat invoeren, wat ik zeker zie gebeuren, dan kun je grote stappen maken.' 

Je schrijft over ‘civic design’ als methode. Kun je een voorbeeld noemen? 

'Ik zie onze toekomst als een collectieve ontwerpvraag. ‘Civic’ gaat over gemeenschappen en relaties in de samenleving. Stadsmaken is daar een mooi voorbeeld van: dat mensen zelf plekken gaan inrichten, ze onderhouden en erin leven. Buurten, buurttuinen, gemeenschappelijke ruimtes, allemaal gebaseerd op gemeenschappelijke ideeën over hoe we onze lokale leefomgeving inrichten.' 

Als er één iemand is die het essay moet lezen, wie kies je dan? 

'Dat conflicteert een beetje met de kern van het verhaal, want ik denk dat iedereen dit moet lezen. Op zijn minst moeten alle burgermeesters en lokale politici van Nederland het lezen. Niet zozeer vanuit politieke besluitvorming, maar meer vanuit de toon van het publieke gesprek in gemeenten en de lokale component van mijn verhaal. De toekomst ligt op lokaal niveau! Er is echt een omslag nodig om vanuit lokale schaal over de grote issues te denken, in plaats van andersom.

Er is echt een omslag nodig om vanuit lokale schaal over de grote issues te denken, in plaats van andersom.

Daarnaast wil ik dat mensen die met een lokaal initiatief bezig zijn, inzien dat ze onderdeel zijn van een veel groter geheel, een beweging. Alle revoluties zijn klein en lokaal begonnen. Als je alle lokale alternatieven bij elkaar optelt zijn er wereldwijd al honderden miljoenen mensen bezig om hun toekomst vorm te geven.'