Van creatieve industrie naar creatieve economie

Author
Marleen Stikker

In 2004 verklaarde het Innovatie Platform de creatieve industrie tot sleutelgebied. In navolging van het VK werd de economische en innovatie kracht van de creatieve sector en creatieve dienstverlening onderkend. Nu bijna 10 jaar later is de organisatiegraad versterkt, is er een begin gemaakt met een strategische onderzoeksagenda en zijn de fondsen en instituten voor de creatieve industrie getransformeerd.

Tijd om een aantal nieuwe ambities te formuleren. Hoe zien de komende 10 jaar er uit. Waar willen we zijn in 2024?

  1. Niet creatieve industrie, maar creatieve economie
    Creativiteit is een essentieel aspect van alle economische en maatschappelijke activiteit. In alle haarvaten van onze samenleving is het begrijpen en vormgeven van gedrag, interactie en beleving aan de orde. Of het nu gaat om hoe wij gezond oud willen worden, hoe we willen leren, hoe we balans zoeken in de omgang met natuur, hoe we betekenis geven aan nieuwe technologieën, creativiteit speelt er bepalende rol in. In beleidstermen wordt dit ook wel cross-overs genoemd tussen bestaande industrieën. Alleen: cross-overs is nog oud denken.
    Laten we voortaan spreken van een creatieve economie waarbij creativiteit een integraal onderdeel is van economische activiteit. Dit gedachtegoed is uitgewerkt door NESTA in het Manifesto for the Creative Economy. We pleiten voor adoptie van dat gedachtegoed.
  2. Grand challenges creatief te lijf
    Nederland en Europa staan voor enkele grote (sociaal-economische) uitdagingen. Bij de oplossing van deze vraagstukken spelen zowel technologische innovatie als gedrag- en organisatieverandering een rol. Creativiteit, inventiviteit en verbeelding zijn daarbij cruciaal. Dit hebben creatieven in overvloed te bieden. Zij zijn in staat datgene wat nog niet is, te visualiseren, zij kunnen de harten van mensen bereiken, zij kunnen vorm geven aan ons verlangen en zij kunnen de lastige vragen stellen en beantwoorden. Net als ICT zou de creatieve sector als een motor kunnen dienen voor alle ‘grand challenges’ en topsectoren waar de komende jaren de focus op ligt.
    Zorg voor een substantiële rol van ontwerpers, kunstenaars en creatieve ondernemers bij innovatie programma's en tenders, niet als franje, maar als centrale kracht.
  3. Kunst en cultuur is noodzakelijke R&D
    Doordat het overheidsbeleid rond creatieve industrie verdeeld is tussen economische zaken en cultuur worden tegenstellingen vergroot en samenhang bemoeilijkt tussen kunst, cultuur en creatieve industrie. Belangrijk daarbij is om het begrip 'kunst' te definiëren zoals de Angelsaksen het doen. Het Angelsaksische begrip 'art' omvat ook het ambacht, de ontwerp disciplines en vaardigheden. Kunst is door nieuwsgierigheid gedreven onderzoek naar betekenis en vorm. Het leidt tot materialen, vormen en concepten die op vele manieren worden toegepast en kunnen worden opgeschaald. Soms door de makers zelf, soms door bedrijven, soms door de samenleving. Alleen door de samenhang te benadrukken kunnen we maximaal het creatief potentieel tot wasdom brengen en benutten. Onderken het wetenschappelijk belang van het fundamentele onderzoek in de kunsten. Betrek het als een volwaardige discipline in fundamentele onderzoeksprogramma's. 
    We pleiten voor een integrale visie en beleid die recht doet aan deze samenhang en die de arbitraire en soms absurde scheidslijnen doet vervagen. Open de fundamentele onderzoeksprogramma's voor artistiek en interdisciplinair onderzoek.
  4. De creatieve economie is een groeisector
    De sector bestaat vooral uit kleinbedrijf. Om deze te laten floreren, is een andere aanpak nodig dan voor het grootbedrijf. Ouderwetse organisatiemethoden (op basis van vertegenwoordiging) werken niet. Netwerken wel. De netwerk-eigenschappen van deze sector lopen vooruit op andere economische sectoren. Het bieden van platformen om tot netwerken te komen is dus van belang. Daarnaast biedt deze sector veel kennis over tijdelijkheid, herdefiniëren van groei en benutten van leegstand.
    Ondersteun en leer van de bijzondere netwerk structuren van de creatieve sector. Pas regelgeving en procedures aan op de methodes die in de creatieve sector vanzelfsprekend zijn. Transformeer besluitvormingsprocessen naar ontwerpprocessen.
  5. Opdrachtgeverschap op de schop
    Het huidige opdrachtgeversschap bevoordeelt grote partijen. Door om bulkoplossingen te vragen, is er geen ruimte voor kleinschalige, genetwerkte oplossingen. De economische kansen liggen nu in gedistribueerde slimme systemen waar lokale actoren een cruciale rol spelen. Het legt de verantwoordelijkheid en daarmee betrokkenheid bij individuen en groepen. Deze ‘peer 2 peer’ economie is een zeer krachtig antwoord op het herdefiniëren van economische groei. Het bevordert lokaal ondernemerschap en burgerzin. Het is efficiënt en kostenbesparend.
    Zet als overheid of bedrijf opdrachten op dusdanige uit dat zij ruimte biedt aan kleine bedrijven die door slim samenspel schaalbare oplossingen hebben. Betrek creatieven bij diverse zoals hierboven beschreven maatschappelijke vraagstukken. Denk aan andere vormen van aanbesteding, uitgaande van open source principes en een netwerk opzet gericht op samenwerking met kleine collectieven. Deze zijn bevorderlijk voor kwalitatieve groei. Maak de overheid een 'launching customer'.
  6. Sociaal Kapitaal
    Elke creatie wil impact. Hij wil verwonderen, verleiden, verontrusten, veranderen of verbeteren. En soms alles tegelijkertijd. En het liefst op een zo groot mogelijke schaal. Daar is een gezonde bedrijfsvoering voor nodig en kapitaal. Voor creaties die een maatschappelijke impact nastreven is toegang tot sociaal kapitaal nodig en expertise over sociaal ondernemerschap. Kapitaal dat maatschappelijk rendement centraal stelt.
    Ondersteun de kennisontwikkeling op het gebied van Social Capital en Slow Capital. Verruim de mogelijkheden van kapitaalverstrekking voor sociale innovatie. Kom met stimulerende belastingregelingen. Besteedt minimaal 10% van overheids-opdrachten bij MKB.
  7. Alle kinderen makers!
    We beginnen als tekenaars, knutselaars en bouwers, maar leren dat af op school. Terwijl we knutselaars, creatieve makers en denkers nodig hebben die flexibel met uitdagingen in hun leven om kunnen gaan. Laten we kinderen hun creativiteit niet afnemen. Integreer creativiteit, technologie en maken in alle curricula. Zorg voor (digitale) knutselruimtes, betrek kunstenaars en creatieve bedrijvigheid bij de vraagstukken van de stad en zie ze als partner in de toekomst. 
    Zet een breed 'maak' programma op voor alle kinderen en jeugd. Ontwikkel een gecombineerd kunst en technologie curriculum. Versterk de competenties van alle leerkrachten op het gebied van het (digitale) maken. 

Namens het cluster Creatieve Sector van de Amsterdam Economic Board,

Marleen Stikker
jet de Ranitz

September 2013

About the author