Hoe houden we de energietransitie open, eerlijk en inclusief?

Author
Socrates Schouten

 

Ons huidige ecologische, economische en sociale systeem staat onder druk. We bevinden ons in een klimaatcrisis waar, zo zegt de wetenschap ons keer op keer, het tijdsbestek voor het afwenden van een catastrofe niet heel lang meer is. Iedereen die zich serieus met het klimaat bezighoudt, is het er over eens dat er iets moet gebeuren – en snel ook. 

Wereldwijd bereiden overheden zich voor op, beginnen aan, of zitten middenin de ‘energietransitie’. De huidige afhankelijkheid van eindige en sterk vervuilende energiebronnen moet worden vervangen voor hernieuwbare en decentrale opwekking van energie. Ziedaar de uitdagingen van de energietransitie. Hoe krijgen we een wereld, verslaafd aan olie en groei, tot inkeer, in een ultieme poging om het voortbestaan van menselijk leven op aarde te redden? 

Waag richt zich de komende tijd op onderzoek naar deze energietransitie. Via verschillende onderzoekstrajecten worden vraagstukken rondom de energietransitie bekeken. Hierbij richt Waag zich op de volgende drie cruciale vraagstukken binnen de energietransitie: het ontstaan van nieuwe ongelijkheden en afhankelijkheden, het ontwerpen van nieuwe organisatievormen, en het ontrafelen van de ‘achterkant’ van het gedigitaliseerde energiesysteem.

  1. Investeren is nodig, maar wat als dat niet kan? 

Om de transitie te maken naar hernieuwbare energie zullen grootscheepse investeringen noodzakelijk zijn – investeringen die worden geschat op 200 miljard euro. Dit bedrag is voor veel overheden, organisaties en particulieren enorm lastig samen te brengen. Hoewel de investeringen ons op de langere termijn veel kostenbesparing en nieuwe werkgelegenheid opleveren, zal een grote groep mensen deze investeringen niet snel kunnen maken, aangezien ze hier niet kapitaalkrachtig genoeg voor zijn. Dit kan nieuwe ongelijkheid opleveren en bestaande verschillen versterken. De zogeheten ‘energiearmoede’, waarbij mensen een groot deel van hun besteedbaar inkomen kwijt zijn aan de basisvoorziening van energie en brandstof, zal hierdoor verder stijgen. Dit aantal wordt nu al op 650.000 huishoudens geschat.

Daarnaast zal deze trend bepaalde grote bedrijven in de hand spelen. Ook de energiesector komt in de greep van ‘big tech’: grote techbedrijven die andere spelers uit de markt drukken met behulp van datagedreven verdienmodellen. Voor bewoners zijn hun diensten qua prijs misschien aantrekkelijk, maar de rekening wordt dan betaald met persoonlijke data en monitoring van de persoonlijke levenssfeer. Dit zal nieuwe afhankelijkheid creëren en de soevereiniteit van mensen op het gebied van energie en digitale infrastructuur onder druk zetten. 

Dit onderzoek is te volgen via ATELIER.

Wil je verder praten over dit onderwerp? Donderdag 11 juni organiseren we een online meetup over de energietransitie. Bekijk hier hoe je je kunt aanmelden. 

  1. Welke organisatievorm kiezen we? 

Nu energie steeds meer vanuit een decentraal model zal moeten worden opgewekt, klinken er veel enthousiaste stemmen over zelforganisatie en modellen waarin we de overheid niet meer nodig hebben. Het is goed om deze trend kritisch te volgen. Natuurlijk is het goed dat mensen zich bij elkaar aansluiten en samen investeringen doen in schone energie. Dat versterkt de gemeenschap en maakt mensen onafhankelijker. 

Waar we voor moeten waken, is dat die onafhankelijkheid slechts schijn wordt of elders juist meer problemen oplevert. Hoewel de drang naar zelfvoorziening begrijpelijk is, moeten we goed opletten dat we de middelen, die nodig zijn om met veranderlijke energiepatronen om te gaan, eerlijk blijven verdelen. Dat heeft deels te maken met koopkracht en kunde, zoals hierboven omschreven. Maar ook als iedereen fors in eigen bronnen investeert, blijft energiezekerheid een collectief gegeven. Om grote uitdagingen zoals die van de ‘dunkelflaute’, een periode met weinig zon en wind, op te kunnen vangen, is een sterke vorm van solidariteit en centrale organisatie nodig. ‘Energiesolidariteit’ is hierbij een kernbegrip, waarover het maatschappelijk debat nog erg pril is. 

In het energiedomein hebben coöperatieve modellen al langer voet aan de grond. Het is nu vooral zaak om te kijken hoe deze modellen opereren en hoe de belangen en behoeften van verschillende groepen in de samenleving er een eerlijke plek in krijgen. Daarbij zullen de energie-overschotten en -tekorten een belangrijke nieuwe ‘middleman’ in het leven roepen om de tussenhandel te regelen. Wie of welk instituut vertrouwen we genoeg om deze tussenpersoon te zijn? Met welke maatschappelijke waarden willen we dat deze tussenpersoon gaat opereren? Wie controleert of energie eerlijk verdeeld wordt volgens de publieke waarden die we met elkaar afspreken? Ook hier schuilt, als we niet oppassen, de illusie van een libertaire vrijheid zonder enige vorm van gemeenschappelijk belang en bescherming van minder sterke schouders. 

Dit onderzoek is te volgen via Chamber of Commons. 

  1. Is ‘duurzame’ technologie echt neutraal? 

Ondanks de decentrale aard van de energietransitie hanteren sommige bedrijven een oude benadering voor hun inspanning: de ‘technology-push’. Veel slimme technologie wordt momenteel al over ons heen gestort onder het mom van ‘energiebesparing’. Zo lijkt de slimme thermostaat een openbaring op het gebied van zuinige verwarming, maar zien we daar ernstige gebreken op het gebied van veiligheid en privacy.

Hetzelfde zal gelden voor de platformdynamiek, waarbij grote partijen veelbelovende platforms zullen inrichten voor de vraag en aanbod van energie. Deze infrastructuur zal in het begin gratis of goedkoop lijken, maar de informatie en data die hierbij worden gedeeld en opgeslagen kunnen ook weer nieuwe machtsposities voor deze bedrijven creëren en de privacy en soevereiniteit van gebruikers sterk aantasten. Ook collectieven zoals energiecoöperaties die hun eigen investeringen doen, zitten toch nog vast aan systemen en platformen van dit soort bedrijven.

Daarbij zal de rol van algoritmen ook sterk toenemen bij het verdelen van energie over de verschillende behoeftes. Hierbij neemt ook de urgentie toe om deze algoritmes transparanter en democratischer te maken. Wie programmeert de slimme meter? Voor wie optimaliseren we al deze slimme apparaten? En waar de wereld nog verder dataficeert, wordt de ecologische voetafdruk van al deze technologie ook groter. Wie brengt deze in kaart? En nemen we deze mee in onze slimmer wordende systemen? 

Dit onderzoek is te volgen via Public Stack.

De ultieme uitdaging 

We staan dus aan de vooravond van een cruciale en allesomvattende verandering in onze samenleving en systemen. Dat gaat gepaard met uitdagingen op het gebied van solidariteit, organisatievermogen en eerlijke technologie. De transitie is niet centraal te regisseren, of van ‘bovenaf’ te stimuleren en aan te sturen. De enige manier om er gezamenlijk doorheen te komen, is door gemeenschappelijke creativiteit in te zetten, alle geluiden aan tafel te hebben en het proces vanuit co-creatie op te zetten. Het klinkt als een open deur, maar: alleen samen kunnen we een open, eerlijke en inclusieve energietransitie ingaan. Achteraf toetsen bij betrokkenen is niet genoeg. De burger moet en zal in het hart van het ontwerpproces een plek krijgen. Geen ‘schijninspraak’ organiseren, maar verantwoordelijkheid en middelen expliciet overdragen. Daarom zullen Waag en haar partners in de bovengenoemde onderzoeksprojecten veel aandacht besteden aan het vergroten en versterken van de mogelijkheden tot participatie in de energietransitie. 

Alleen als we bestaande burgerinitiatieven en gemeenschappen weten te verbinden en versterken, kan echte co-creatie op gang komen en zullen we draagvlak, ideeën en verandering van iedereen kunnen verwachten. Alleen dan kan de energietransitie iets worden van- en voor iedereen.

Tags

Over de auteur