City SDK op het OK Festival

Author
Job Spierings

Stel dat je 9292 OV app werkt in heel Europa, met de datasets die daar lokaal aanwezig zijn. Dat is niet alleen handig voor de reiziger, die niet op zoek hoeft naar andere apps en gewoon in zijn eigen taal bediend kan worden, het heeft ook grote voordelen voor gemeenten en app developers. Die kunnen meer tijd besteden aan het verbeteren van de app zelf en het uitbreiden van de achterliggende datasets.

Veel gemeenten, regio's of landen hebben een eigen fix-my-street toepassing, zoals het Nederlandse www.verbeterdebuurt.nl. Niet voor niks is dat laatste initiatief nog steeds in beta. Aan de achterkant is het lastig om het systeem op een werkbare manier aan te sluiten op systemen van de diverse gemeenten (meer dan eens wordt een klacht als mailtje verpakt en naar een info@ adres gestuurd). Anderzijds is het een uitdaging om klachten op de juiste manier te verzamelen en te selecteren.

Het project Smart City Service Development Kit (City SDK) wil deze mismatch tussen de vele Europese datasets aan de ene kant en de app development community aan de andere kant verhelpen. Acht Europese steden ontwikkelen met diverse partners een framework om te onderzoeken welke praktische horden genomen moeten worden. Partnersteden Manchester, Barcelona en Helsinki waren op OKfest aanwezig en er waren veel programmaonderdelen die op een of andere manier aan de onderwerpen van dit project raakten.

Technologische revolutie

Twee sessies vond ik extra bijzonder. Beide werden gegeven door stafleden van de Wereldbank, die sterk vertegenwoordigd was op het OK Festival in Helsinki. En beide sprekers lieten zien met hoe snel de technplogische revolutie gaat en wat voor impact deze heeft in gebieden waar tot voor kort nauwelijks of geen techniek aanwezig was. Vooral in West-Afrika en Oost-Azië groeien steden in een verbijsterend tempo. En die groei gaat gepaard met een razendsnelle toename van bezit van mobiele telefoons. Bijna 90% van de wereldbevolking heeft nu een mobiele telefoon, een ongelooflijk cijfer voor iedereen die wel eens een tijdschrift over ontwikkelingshulp heeft doorgebladerd. Het interessante is natuurlijk dat een heel nieuwe groep mensen technologie en Open Data gebruikt in moeilijke omstandigheden en daardoor met originele en leerzame oplossingen komt.

Edward Anderson, ICT Innovation Specialist bij het World Bank Institute, gaf een presentatie over Map Mathara. In Mathara, een sloppenwijk in Nairobi, Kenia, hebben bewoners hun eigen buurt letterlijk op de kaart gezet. Met behulp van mobiele telefoons en een uitgekiende grassroots strategie werden data van stratenloop, medische posten, scholen, openbare toiletten en kerken verzameld en op OpenMaps gezet. Mathara is daarmee niet langer een amorfe no-go area maar een duidelijk beschreven gebied waar je data over kunt verzamelen en beleid op kunt voeren. Bekijk hier ook een filmpje over het project of bekijk zijn hele presentatie.

Tiago Peixoto (Open Government Specialist bij de Wereldbank) vertelde over Sao Paulo, waar men bewoners nauwer wil betrekken bij het bestuur en in het bijzonder bij het budgetteren. Peixoto gaf aan dat budgetten in armere landen vaak voor een groot deel fictief zijn, zowel in de begrotingsfase als tijdens de uitvoeringsfase.Onderdeel van het project was het schilderen van de jaarbegroting op muren. Door het publiek nauwer bij dit proces te betrekken zou er sociale druk kunnen ontstaan waardoor politici en ambtenaren zich gedwongen voelen om zich aan het budget te houden of afwijkingen te verklaren.

Publiek betrekken

Maar hoe betrek je grote aantallen mensen actief bij beleid en hoe laat je ze meebeslissen over prioriteiten? Wat goed werkte was de methode die Kittenwar.com gebruikt: je ziet twee foto's en geeft met één klik aan welke foto het meest aandoenlijk is. Door projecten willekeurig en binair met elkaar te vergelijken kun je vrij eenvoudig tot een ranking komen die een goede afspiegeling is van wat bezoekers denken en willen. Opvallend was dat tijdens het project juist de armste inwoners (met de minste toegang tot internet of technologie) zich het meest betrokken toonden. Zie voor meer informatie ook de blog van Tiago.

Hoewel je voor het hele en echte verhaal bij de sprekers zelf moet zijn, vind ik beide voorbeelden relevant voor het City SDK project. Juist omdat er in Europa grote verschillen zijn in de datasets die per thema beschikbaar zijn. Zo is in de UK realtime data van de spoorwegen beschikbaar maar wil de NS dat in Nederland om diverse redenen niet vrijgeven. In de mobility app die Waag in het City SDK project gaat ontwikkelen bekijken we daarom of en hoe je die datasets kunt verbeteren door ze aan te vullen met data die uit de crowd komt. Beide sprekers gaven op het OKfest een goede voorzet van hoe een dergelijk proces vormgegeven kan worden.

Over de auteur

  • Job Spierings is Head of Programme van team Code bij Waag.