Pin card
Jarmoluk

Community vouching maakt kwetsbare Amsterdammers zichtbaar

Ongedocumenteerde burgers zonder burgerservicenummer (BSN) hebben in Nederland geen toegang tot overheidsdiensten zoals rechtsbijstand, hulp bij mentale gezondheidsklachten of gemeentelijke voorzieningen. Daarnaast zorgt het ontbreken van een BSN ervoor dat mensen vaak geen bankrekening kunnen openen en daardoor (bijna) nergens digitaal kunnen betalen. Hierdoor worden zij in hun dagelijks leven vergaand beperkt en uitgesloten van veel voorzieningen en mogelijkheden die voor anderen vanzelfsprekend zijn. 

Uitsluiting door het ontbreken van een BSN

Met het project Trust-based Banking heeft Waag Futurelab samen met Here to Support onderzocht hoe community vouching, binnen de kaders van de wetgeving voor ongedocumenteerden, de mogelijkheid kan bieden om een bankrekening te openen. Het niet in bezit zijn van een bankrekening zorgt voor verdere uitsluiting en onveilige situaties. Doordat ze alleen in contant geld uitbetaald kunnen worden, lopen ze met grote hoeveelheden cash op zak. Daarnaast is contant betalen steeds minder een optie bij belangrijke diensten: in het OV, in de supermarkt, in veel winkels en in de horeca. 

Er zijn organisaties die met tegoedbonnen of een gelimiteerde pinpas de financiële vrijheid van ongedocumenteerden proberen te vergroten. Dat brengt echter weer nieuwe struikelblokken met zich mee. Waag en Here to Support onderzochten daarom of community vouching als verificatiemiddel kan worden ingezet. Hierbij fungeren maatschappelijke organisaties en opvanglocaties als zogenaamde ‘verifiers’ binnen een vouchingsysteem.

De KYC-verplichting voor banken

Maar waarom is een BSN eigenlijk nodig om een bankrekening te openen? Pourya Omidi, onderzoeker bij Waag, legt uit: 

“Banken in Nederland vereisen een burgerservicenummer bij het openen van een bankrekening, terwijl de wet daar niet direct om vraagt. Banken moeten conform de regelgeving weten wie hun klanten zijn en waar zij wonen, de zogenaamde Know Your Customer (KYC)-verificatie.”

Volgens Omidi biedt juist die KYC-verificatie ruimte om te onderzoeken of maatschappelijke organisaties een rol kunnen spelen bij het vaststellen van iemands identiteit en verblijfplaats: “In ons project hebben we onderzocht hoe een aangepaste KYC, gebaseerd op community vouching, geïmplementeerd kan worden. Hoe kunnen bestaande hulporganisaties en instanties die in contact staan met iemand zonder de juiste papieren, ervoor instaan dat diegene inwoner van een stad is?”

Een systeem van vertrouwen

Het idee achter community vouching is niet nieuw. In New York en Barcelona zijn al vergelijkbare systemen ingericht waarmee ongedocumenteerden toegang hebben kunnen krijgen tot een bankrekening. In zo’n systeem kunnen organisaties die iemand kennen en vertrouwen een deel van de verificatie op zich nemen.

Omidi benadrukt daarbij dat de term ‘ongedocumenteerd’ niet altijd recht doet aan de situatie van deze groep: “We spreken liever van ‘ondergedocumenteerden’. Mensen bezitten vaak wel documenten, zoals een paspoort uit het land van herkomst, waarmee ze hun identiteit kunnen verifiëren.” Het onderzoek van Waag en Here to Support richtte zich vervolgens op de vraag hoe zo’n systeem in de praktijk en met respect voor de privacy en veiligheid van alle betrokkenen kan worden ingericht. “In nauwe samenwerking met Here to Support hebben we een privacyvriendelijk prototype ontworpen dat ondergedocumenteerden in staat kan stellen om hun identiteit en verblijf te verifiëren, zonder een centrale database op te tuigen.”

Opvolging in Amsterdam: motie en mogelijke pilot

Met behulp van de resultaten van dit onderzoek is afgelopen jaar een motie aangenomen in de Amsterdamse gemeenteraad om te onderzoeken hoe een dergelijk systeem geïmplementeerd kan worden. Daarmee is er een eerste stap gezet richting een mogelijke toepassing van community vouching in Amsterdam. Omidi hoopt dat het onderzoek een vervolg krijgt: “Door de aangenomen motie hopen we dat Waag en Here to Support samen met de gemeente Amsterdam, banken en een groep ongedocumenteerden het onderzoek in een vervolgtraject, bijvoorbeeld met een pilot, kunnen voortzetten.”