De energietransitie slaagt alleen lokaal en democratisch



De omslag naar een decentrale en volledig koolstofneutrale energievoorziening is kostbaar en ingewikkeld. Deze energietransitie vraagt inzet en betrokkenheid van de hele samenleving en vereist een gedragsverandering op zowel persoonlijk als collectief niveau. In de programmareeks De Energietransitie gingen we met experts en ervaringsdeskundigen in gesprek over de transitie naar een eerlijke en groene energievoorziening. Het artikel ‘Hoe houden we de energietransitie open, eerlijk en inclusief?’ vormde de basis van de reeks programma’s en richt zich op drie cruciale vraagstukken binnen de energietransitie: het ontstaan van nieuwe ongelijkheden en afhankelijkheden, het ontwerpen van nieuwe organisatievormen, en het ontrafelen van de ‘achterkant’ van het gedigitaliseerde energiesysteem.

In de eerste aflevering hebben we gekeken naar de wereld van energiecoöperaties. Hoe hebben energiecoöperaties en burgerinitiatieven zich de afgelopen jaren ontwikkeld en hoe werkt een energiecoöperatie? In de tweede editie van De Energietransitie zoomden we in op het organisatievraagstuk. Hoe meer het opwekken van energie decentraal georganiseerd wordt, hoe meer verschillende partijen een eigen rol hebben.

Balanceren tussen vraag en aanbod 

De productie van stroom uit zon en wind door burgercollectieven is de afgelopen jaren flink gestegen. De verwachting en hoop is dat de rol van energiecoöperaties alleen maar groter zal worden in de komende jaren. Er staan echter nog meer veranderingen op stapel. Doordat we straks veel meer energie zullen opwekken met zon en wind, zal het aanbod van stroom wisselvallig zijn. De zon schijnt niet ieder moment van de dag en ook wind is geen vast gegeven. Daarom moeten we rekening houden met pieken en dalen in de energievoorziening. Het balanceren van vraag en aanbod is een van de grootste uitdagingen voor de energietransitie. Als we in 2050 energie- of klimaatneutraal willen zijn, dan is bekwaamheid in het balanceren van deze pieken en dalen van groot belang. En dat terwijl het energielandschap tegelijkertijd steeds meer decentraal zal worden, doordat energie en warmte lokaal worden opgewekt. Hoe maken we dit mogelijk en hoe verschuiven de verantwoordelijkheden in het energielandschap?



Te gast waren:

  • Jan Warnaars, onderzoeker energietransitie bij Berenschot, die dit voorjaar vier scenario's voor een energieneutraal Nederland in 2050 publiceerde. 

  • Robbert de Vrieze, maatschappelijk ontwerper, architect en curator energietransitie voor IABR 2020 en Jurgen van der Heijden, consultant bij AT Osborne, beiden betrokken bij de lokale energietransitie in Rotterdam West. 

  • Lavinia Steinfort, onderzoeker bij Transnational Institute (TNI), waar ze werkt aan energiedemocratie (zie bijv. www.energy-democracy.net).


Lokale energie is het meest energiezuinig

Jan Warnaars heeft voor Netbeheer Nederland vanuit vier invalshoeken onderzocht hoe de energietransitie eruit kan gaan zien. Deze wensbeeldscenario’s hebben als doel om voor 2050 een klimaatneutraal, honderd procent CO2-vrij energiesysteem te hebben gerealiseerd. Elk klimaatneutraal energiescenario richt zich op een ander gebied en onderzoekt hoe dit kan bijdragen aan de energietransitie. De scenario’s zijn gesimuleerd met het open-source Energy Transition Model. De analyse laat zien welke mix van elektriciteit, warmte en brandstof er nodig is in 2050 gegeven keuzes om de energietransitie meer lokaal of juist meer Europees of mondiaal te organiseren. Opvallend daarbij was dat het meest lokale scenario ook het meest energiezuinig was. Dat komt, stelde Jan, omdat er in zo’n scenario wordt gekozen voor oplossingen zoals circulaire landbouw, en minder voor industriële oplossingen. Ook zou je kunnen zeggen dat lokale opwekking voor een meer bewuste en zuinige omgang met energie kan zorgen, doordat mensen meer hun eigen boontjes moeten doppen.


Leer burgers zelf te besparen via kleine maatregelen

Robbert de Vrieze ontwikkelt op lokaal niveau de energietransitie. Vanuit de Delfshaven Coöperatie probeert hij de inwoners van de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijk en (BoTu), een van de armste postcodegebieden van Nederland, veerkrachtig onderdeel te laten zijn van de energietransitie die de wijk zal doormaken. Top-down initiatieven hebben weinig kans van slagen en zien vaak de behoeften van de wijk over het hoofd. Daarom vliegt BoTu de energietransitie aan via sociale initiatieven, opleidingen tot milieucoach, leerwerkplekken en energiecoöperaties. Daarnaast is er een businessplan in ontwikkeling voor een energietransitie vanuit een lokaal energienetwerk. Daaruit is gebleken dat via CO2-winst de 7000 huishoudens in Bospolder-Tussendijken gezamenlijk jaarlijks 1.5 miljoen kunnen opbrengen - een analyse die door Jurgen van der Heijden is uitgevoerd. Door een wijk zelf te leren besparen via kleine maatregelen zoals isolatie, kan een investeringsprogramma worden gecreëerd waar de wijk zelf baat bij heeft. Dat vereist wel een ander denken bij planners en investeerders. Het gaat erom de puzzel lokaal passend te krijgen met combinaties van stroom, warmte en andere ingrepen die de wijk klimaatbestendig en sociaal weerbaar maken. Nu wordt de energietransitie nog teveel gemanaged vanuit schaal en geld (terug)verdienen, zegt Jurgen.

'Energie moet gezien worden als mensenrecht en niet langer als marktgoed.'

Lavinia Steinfort doet onderzoek naar het energiesysteem als publiek goed: een duurzame basisvoorziening voor iedereen. Lavinia verraste het publiek met de mededeling dat de laatste jaren de investeringen in hernieuwbare energie flink zijn gedaald, in plaats van gestegen. De reden hiervoor is de dure liberalisering van het energiesysteem die al sinds 1996 gaande is. Europese overheden hebben grote energiebedrijven in de watten gelegd met subsidies, zodat de private sector kunstmatige schaalvoordelen kon benutten. Nu de energietransitie echt voor de deur staat en ook werkelijk eigen investeringen nodig zijn, geven veel bedrijven niet thuis. Lerend van andere landen zoals Uruguay en Costa Rica is gebleken dat de energietransitie het beste tot stand komt als de overheid op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau samenwerkt met coöperatieven. Energie moet gezien worden als mensenrecht en niet langer als marktgoed.           

Hoe laten we de energietransitie werkelijkheid worden?

Technisch is bijna alles mogelijk in de energietransitie en zijn er verschillende opties om de geplande doelen te bereiken. Dat bleek uit het verhaal van Jan Warnaars, dat door de andere sprekers werd bevestigd. Maar op dit moment zijn er nog niet de juiste prikkels en kaders om de energietransitie werkelijk te laten plaatsvinden. De huidige marktordening zorgt voor hindernissen op de weg naar een decentrale en volledig koolstofneutrale energievoorziening. Marktpartijen hebben een rol te vervullen, maar de overheid moet in eerste instantie de kant van de samenleving opkijken om de energietransitie in gang te zetten. Robbert en Jurgen beklemtoonden de vele nog onbenutte mogelijkheden op sociaal niveau: het ontwikkelen van integrale business cases en sociale programma’s in de wijk. Lavinia sloot haar pleidooi af met de oproep energie als basisvoorziening te zien. Dat eist een vorm van publieke financiering die door de markt niet geleverd zal worden. 

Lokale coöperaties kunnen dus de basis vormen voor de aankomende energietransitie. Maar om de transitie werkelijk in gang te kunnen zetten, moeten zowel de overheid als marktpartijen in actie komen: allereerst om de huidige marktordening te doorbreken, en daarna om de bestaande initiatieven in de samenleving te koppelen en tot een algemene, lokaal opgewekte energievoorziening te komen voor het hele land.

De energietransitie is complex en wordt veelal door technologie gedreven. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat schone ‘smart’ energie in álle opzichten schoon, slim en verantwoord is? In de derde aflevering van de Energietransitie gingen we hierop in. Het verslag van deze avond is binnenkort beschikbaar.

 

Thumbnail

This project has received funding from the European Commission under the H2020-LC-SC3-2018-2019-2020 call under Grant Agreement number 864374.