Eerste resultaten fijnstofmetingen

Author
Tessa Bouzidi

Voor het Europese project Mobility Urban Values (MUV) onderzoeken Waag naar manieren om duurzame mobiliteit in stedelijk gebied te stimuleren. Als onderdeel van dit project werd het afgelopen half jaar de luchtkwaliteit in Buiksloterham en Zeeburgereiland gemeten met met luchtkwaliteitssensoren, die vanuit het MUV project in het Fablab van Waag zijn ontwikkeld. Afgelopen week kwamen de bewoners van de twee buurten bij elkaar, samen met RIVM en Waag voor een eerste analyse van de data.

Zorgen over de luchtkwaliteit

De bewoners in beide wijken maken zich zorgen over de vele nieuwe ontwikkelingen in de buurt. Er komen veel woningen bij en de bewoners vrezen dat de auto centraal staat in het ontwikkelen van de infrastructuur. Graag zouden de buurten in gesprek gaan met de gemeente om de plannen en de gevolgen te bespreken. Het meten van de lokale luchtkwaliteit in en door de buurt zou een mogelijkheid kunnen bieden om een serieuze gesprekspartner te worden over de mobiliteitsplannen. In Buiksloterham is ondertussen al op initiatief van de bewoners gestart met een proef rondom deelmobiliteit.

Fijnstof nader bekeken

De sensoren die afgelopen maanden in deze twee wijken hebben gehangen meten twee soorten fijnstof, PM2.5 en PM10, later dit jaar zal het gas NO2 ook gemeten worden. Tijdens deze bijeenkomst gaf RIVM allereerst een spoedcursus over luchtkwaliteit. Zo leerden we dat fijnstof een belangrijke factor is in de gezondheidsrisico’s door slechte luchtkwaliteit. Maar ook dat het grootste deel van PM ‘aanwaait’, dus dat het gros niet van lokale bronnen komt. Dat lokale bronnen (zoals verkeer en landbouw) dus maar een kleine rol spelen in de totale fijnstofconcentraties betekent ook dat de concentraties erg overeenkomen tussen verschillende wijken en steden binnen Nederland.

Resultaten meetpunten

Na de geleerde lessen over luchtkwaliteit in het algemeen, werd het tijd om naar de eigen gemeten data te kijken. De PM concentraties van de sensoren op Zeeburgereiland werden vergeleken met de data van het officiële meetpunt aan het Vondelpark. Hieruit kwam meteen de zojuist geleerde theorie terug naar voren in de praktijk: de concentraties waren over het algemeen vrijwel gelijk aan elkaar, hoewel de omstandigheden (zoals hoeveelheid verkeer en industrie rond de sensoren) nogal verschillen. De waarden vallen binnen de normen van de EU, maar niet per se binnen de strengere richtlijnen van de World Health Organisation.

Ondanks dat de uitkomsten van deze eerste metingen niet heel 'spannend' waren zijn er toch een paar belangrijk lessen uit te leren. Allereerst geeft het aan dat de relatief goedkope sensoren gelijksoortige metingen laten zien als de dure officiële meetpunten. Ook kan fijnstof nu afgestreept worden als grote boosdoener in deze specifieke gebieden.

Volgende stap

De volgende stap is om NO2 te meten, wat meer van lokale bronnen komt, zoals verkeer, en daardoor vaak een grotere variatie tussen verschillende gebieden laat zien. De bewoners stelden voor om eventueel ook andere variabelen te meten, zoals geluid en geur, die de consequenties van de vele werkzaamheden, verkeer, en bebouwing in de wijk misschien beter laten zien. Deze avond hebben we in ieder geval gezien dat het samen meten met eigen sensoren een beter vertrouwen en groter gevoel van controle geeft in de metingen en conclusies over luchtkwaliteit in de wijk.

This project has received funding from the European Union’s Horizon 2020 research and innovation programme under grant agreement No. 723521.

Thumbnail

Over de auteur

  • Tessa Bouzidi loopt stage bij het Smart Citizen Lab van Waag.