Longread: De politieke stem van de Noordzee

De zee is van zichzelf. Maar mensen gebruiken de zee. Hoe zorgen we ervoor dat de Noordzee zelf een stem heeft aan de politieke tafels? Dat vergt niet alleen systeemverandering, maar ook een andere manier van kijken naar onszelf. 

In samenwerking met Ambassade van de Noordzee creëerde Waag deze zomer de Noordzeewandeling (bekijk alle do it yourself-wandelingen). Daarin kun je op drie verschillende plekken in het land samen met je wandelpartner nadenken over de toekomst van de Noordzee - of eigenlijk: van hoe we samenleven met de Noordzee. Een gesprek met Thijs Middeldorp van Ambassade van de Noordzee, en Marleen Stikker van Waag.


Waag x Ambassade van de Noordzee

Het is een druilerige maandagmiddag, en in plaats van te lopen in Goeree, Scheveningen of Amsterdam, ontmoeten Marleen en Thijs elkaar in de Waag. We leggen de wandelkaartjes van de Noordzeewandeling voor ons, en gaan van start.

De Noordzeewandeling opent met de vraag: wat is de relatie van Nederlanders met de zee? Maar laten we dat persoonlijk maken. Thijs en Marleen, wat is jullie band met de Noordzee?

Thijs: 'Er zijn veel verbindingen. Mijn ouders groeiden op in de omgeving van Den Haag, Wassenaar en Scheveningen, dus hoorde ik van jongs af aan veel verhalen – met name over de haven in Scheveningen. Toch is mijn relatie veranderd sinds we als Ambassade van de Noordzee de zee als publieke ruimte beschouwen, en ik zelf een paar jaar dichter bij het strand woonde. Daarvoor was het meer een grote, onbekende grijze bak.'

Marleen: 'We nemen de zee voor lief. De relatie van Nederland met de zee is niet expliciet. Bij de zee denken we aan de dijken en of ze hoog genoeg zijn. En als je gaat wandelen of zwemmen, dan is dat bij of in de Noordzee.'

Thijs: 'Ze is betrekkelijk afwezig. Zeker als je bedenkt dat de zee bijna zestig procent van de oppervlakte van Nederland uitmaakt.'

Marleen: 'Dat viel mij voor het eerst op toen ik me verdiepte in het vraagstuk wie de regie heeft op zee. Militaire oefeningen, visserij, windmolenparken, pleziervaart: we willen heel veel met zo weinig oppervlak.'

'De Noordzee was meer een grote, onbekende grijze bak.'

De Ambassade van de Noordzee zegt: de zee is van zichzelf. Op welke manieren mengen we ons als mensen nu in de zee?

Thijs: 'We hebben de scheepvaart, we vissen, we surfen, we zwemmen. We bouwen windmolenparken en boren naar olie. We onttrekken mineralen uit de zee, we kweken zeewier, we trekken internetkabels door de zee. Ik zie gelijkenissen tussen de zee en het internet. Nadat de paus het eigendom over de zee verdeeld had over Spanje en Portugal, zei Nederland: mogen wij ook een stuk? Toen heeft Hugo de Grote verklaard dat ‘de zee van niemand is’. Op dat juridische principe heeft ook de VOC rondgetoerd. Er is piraterij op zee en op het web, en zowel op het internet als op zee is er niet één centrale eigenaar. Het is een vergelijking die ik wel verder zou willen verkennen.'

Marleen: 'Ik ben wat huiverig voor vergelijkingen. Maar de manier waarop we omgaan met technologie, en de manier waarop we omgaan met de natuur lijken op elkaar. Bedrijven eigenen het zich toe. Zowel natuur als data worden als grondstoffen verhandeld en zijn niet van zichzelf. 

Maar dat wij mensen ons dingen toe-eigenen spreekt niet voor zich. We hebben economische- en machtsstructuren gemaakt die het mogelijk maken iets te gebruiken, op te maken en weg te gooien. Door de klimaatopwarming, die de mens heeft veroorzaakt, zijn de golfstromen in de zee veranderd. Tegelijkertijd zijn wij niets ten opzichte van de zee: we kunnen erdoor worden verzwolgen. Wie denken we wel niet dat we zijn?'

Noordzee - RCE CC3.0 Bert van As

Waar is de inmenging van de mens in de zee wel positief?

Thijs: 'Inmenging komt altijd met dilemma’s. Windmolenparken op zee zijn daarvan een goed voorbeeld. We denken dat we er iets goeds mee doen: we wekken groene energie op. Maar de grondstoffen die nodig zijn om windmolens te bouwen, worden vaak onder erbarmelijke omstandigheden gewonnen in regenwouden. De Ambassade is dus kritisch op windmolen-plannen.

Wel bieden windmolens kansen voor de onderwaterwereld. De bodem van de Noordzee is momenteel grotendeels een woestijn, onder meer door het vissen met sleepnetten. Op de zeebodem is hard substraat, zoals koraal, nodig voor het ecosysteem. Windmolens voegen dat hard substraat toe. Als je ‘tentakels’ aan de voet van de windmolen maakt, profiteert het leven in de zee daar enorm van: dan zijn er weer plekken om zich aan vast te hechten. De lobby daarvoor is nu op gang aan het komen.' 

'Een aanbesteding zou dus niet op de markt, maar op publieke waarde gericht moeten zijn.'

Hoe ziet die lobby eruit?

Thijs: 'De overheid schrijft momenteel een tender uit, een aanbesteding, voor nieuwe windmolenparken. Daar doen de Shells van de wereld aan mee, want je moet miljarden kunnen investeren. Bij zo’n tender worden ook maatregelen besproken, zoals: op dit tijdstip gaan de windmolens uit, want dan kan deze vogelsoort overvliegen. Maar het blijft bij schadebeperkende maatregelen. Dat is zonde. Het toevoegen van tentakels aan de voeten van de windmolens kan voor heel veel plant- en diersoorten goed zijn.' 

Marleen: 'Publieke waarde wordt niet voldoende meegewogen bij aanbestedingen van de overheid, terwijl het om publiek geld gaat. Een aanbesteding zou dus niet moeten gaan om private winst, maar op het genereren en het behoud van publieke waarde. De markt kan activiteiten organiseren, maar de Noordzee is een commons die goed beheerd moet worden. Daarbij zegt een bedrijf in zo’n aanbesteding al snel: je mag niet te veel van ons verwachten, want jullie als overheid willen niet teveel betalen. Terwijl voor zo’n bedrijf de risico’s volledig weg zijn, want ze worden gefinancierd door de overheid. 

De overheid is medefinancier van windmolenparken. Die worden dus deels aangelegd van belastinggeld, maar we voorkomen niet dat ze worden doorverkocht aan multinationals en investeringsmaatschappijen. Zij bepalen vervolgens aan wie ze die energie gaan leveren. Zo kan een windmolenpark op de Noordzee een datacenter draaiende houden dat zijn diensten levert in Dubai. Waar zijn we in dit land dan mee bezig? Dit hele model is gericht op het onttrekken van waarde, terwijl we juist regeneratief moeten zijn. Wat mij betreft zijn dat de twee begrippen waar nu alles om draait: wordt waarde onttrokken en toegeëigend, of zorgen we voor regeneratie en behoud van waarde?'

Thijs: 'De Ambassade van de Noordzee gaat voor de windmolenparken een alternatieve tender indienen. Met een werkgroep maken we een alternatief voorstel, waarin we uitgaan van publieke belangen. Daarin laten we ook de dilemma’s en schandalen zien die bij de grondstoffenwinning voor het bouwen van de windmolens horen, en maken we een plan.'

'Een windmolenpark op de Noordzee kan een datacenter draaiende houden dat zijn diensten levert in Dubai. Waar zijn we in dit land dan mee bezig?'

Je zei eerder dat je miljarden moet kunnen investeren als je wilt aanbesteden bij de overheid. Waar hoopt de Ambassade van de Noordzee dat geld vandaan te halen?

Thijs: 'We gaan het vooral radicaal insteken, dus niet om de aanbesteding te winnen. We willen enkel een alternatief bieden en een aantal principiële bezwaren op de agenda zetten. De komende decennia wordt de Noordzee voor een groot deel volgebouwd. Het publieke debat is hierover erg stil, terwijl er grote keuzes te maken zijn.'

Marleen: 'Maar je zóu jullie aanbesteding economisch kunnen dichttimmeren. De economische voorwaarde is nu dat er waardevermeerdering is voor aandeelhouders. Je kunt zeggen: dit is een coöperatieve structuur, dus de waarde die het genereert betaalt zichzelf weer terug. Waarom zouden pensioenfondsen zich daar niet op richten? Het geld vloeit terug naar toekomstige generaties: hun energierekening wordt minder hoog en het pensioenverschil wordt opgelost. In plaats van toekomstig rendement veilig te stellen, verlaag je dan de kosten voor de toekomst.'

Is de aanbesteding van windmolenparken nu te veel op winst op de korte termijn gericht?

Marleen: 'Meer dingen zijn van waarde dan alleen financiële waarde. Als we geen zuurstof hebben, kunnen we niet leven. En in de zee moet een ecosysteem bestaan, anders hebben we aan het einde van deze eeuw ook niets meer. Economie zou over huishouden moeten gaan, écht huishouden. Er moet dus plek zijn voor wat het ecosysteem nodig heeft, in plaats van wat we eraan kunnen onttrekken. Ik begrijp economen soms werkelijk niet. Wat voor tijdsdenken hanteren zij? Waarom wordt 'return of investment' gemeten in termen van de aandeelhouderswinst en het verdienvermogen van de B.V. Nederland? Waarom rekenen we niet uit wat het verliesvermogen is als we als klein land de controle of het zeggenschap kwijt zijn over de zee, het land en de infrastructuur? Hoe ziet hun business case er over dertig jaar uit, als private partijen de prijzen van energie en voedsel bepalen? Zijn biodiversiteit en zelfbeschikking op de lange termijn niet veel belangrijker dan korte termijn-winst?'

Thijs: 'Ik weet niet hoe lang het geleden is dat er een bioloog of ecoloog in het kabinet gezeten heeft. Het zijn economen, juristen en aanverwante disciplines die nu met name de macht hebben.'

'De komende decennia wordt de Noordzee voor een groot deel volgebouwd. Het publieke debat is hierover erg stil, terwijl er grote keuzes te maken zijn.'

Marleen: 'Vanuit ecologie denk je heel anders over afhankelijkheden en wat een systeem nodig heeft. De meeste opleidingen zitten toch gevangen in dat neoliberale marktdenken. We weten dat dat niet meer werkt, maar probeer er maar eens vanaf te komen als de premier constant in termen van de B.V. Nederland praat.

Neem het Groeifonds: we gaan miljarden van de toekomst investeren in het groei- en verdienvermogen van Nederland. Ik denk dan: groei van wat? Van het bruto nationaal product, van bedrijven, van start-ups? Wie verdient daaraan? Veel start-ups worden opgekocht door Big Tech. Dan heb je als overheid dus innovatie gestimuleerd die uiteindelijk door grote bedrijven wordt opgeslokt. Vervolgens blijf je als samenleving met lege handen achter: je hebt al je middelen in iets geïnvesteerd, maar dat is in handen van private partijen, die zich ook nog eens niet aan nationale of Europese wetgeving houden.'

Thijs: 'En je scoort weer goed op lijstjes voor start-upklimaat.'

Marleen: 'Ik vind het begrip resilience, veerkracht, veel interessanter dan groei. Het is een belangrijke factor in duurzaamheid. Speelt dat bij jullie ook mee?'

Thijs: 'Bij de oprichting hebben we voor Ambassade van de Noordzee twee principes geformuleerd. De eerste is dat de zee van zichzelf is. De tweede: diversiteit van leven is in het belang van al het leven. Dat is een ecologische open deur, maar dat gaat inderdaad over veerkracht.'

De zee is van zichzelf, maar om haar te laten meepraten op politiek niveau, heeft ze een stem en macht nodig. Hoe organiseer je dat?

Thijs: 'Op dit moment is de Noordzee in handen van acht landen. De zee zelf is daarin niet vertegenwoordigd. Er zijn mensen die opkomen voor de belangen van vissen, of voor de gezondheid van de zee. Het werk van organisaties als Greenpeace, Stichting de Noordzee of Milieudefensie is fantastisch, maar ons punt is: de gereedschapskist aan democratische instrumenten is op dit moment niet voldoende.

Er is waanzinnige versnippering. Alleen al in Nederland zijn er honderden natuurorganisaties die vechten om draagvlak, geld en een plek aan de politieke onderhandelingstafels. Op dit moment krijgen een lobbyist van het Wereld Natuurfonds, en misschien een paar andere organisaties, nog net een plekje wanneer we over de Noordzee praten.

Wij zeggen juist: laten we naar een model gaan waarin die Noordzee zelf vertegenwoordigd is, en een sterkere onderhandelingspositie heeft. Dat geldt ook voor andere natuurlijke entiteiten, zoals de Veluwe, of oceanen. Hoe kun je politieke rituelen en juridische vormen bedenken, zodat die niet-menselijke stemmen beter gehoord worden?'

De Noordzeewandeling

De Noordzee kan niet zelf aan tafel gaan zitten. Uiteindelijk moeten mensen haar vertegenwoordigen. Kunnen we dat wel?

Thijs: 'De zee wordt nu al door mensen vertegenwoordigd, maar dat is onvoldoende effectief: het ontbreekt aan de juiste democratische en juridische instrumenten. Het is aan ons mensen om betere vormen te bedenken om onze relaties met niet-mensen te onderhouden. Tegelijkertijd blijft politiek vuig en ruig: als de Noordzee aan tafel zit, betekent dat niet dat ze altijd gelijk krijgt. Als Ambassade van de Noordzee hebben we heel duidelijk waaróm de zee vertegenwoordigd moet worden, maar het hoe is de grote uitdaging voor de komende jaren. Hoe kunnen we dit nu doen op een manier die legitiem is? Daarom duurt ons project tot 2030.'

Is 2030 niet heel laat? Veel van de vraagstukken over de Noordzee spelen nu.

Thijs: 'Dat we onszelf zoveel tijd geven, voelt ongemakkelijk, maar ook verstandig. Hoewel we betrokken zijn bij urgente initiatieven, kost de vernieuwing van ons wereldbeeld tijd. En we merken dat veel partners dat ook interessant vinden: we bieden een vrije ruimte waarin je kunt zoeken en nadenken. Dat is ook een kracht.'

Marleen: 'Hoe zien jullie jezelf ten opzichte van het Noordzee-akkoord waar nu aan gewerkt wordt?'

Thijs: 'In 2023 heeft het Noordzee-overleg een eerste evaluatiemoment. Daar gaan we ons toe verhouden, en vanaf dan gaan we ons ook meer publiekelijk uitspreken.'

'Hoe kun je politieke rituelen en juridische vormen bedenken, zodat die niet-menselijke stemmen beter gehoord worden?'

Zien jullie jezelf als activisten?

Thijs: 'Ja. We willen een betere politieke en juridische gereedschapskist. Natuurlijk lossen we ecologische vraagstukken liever vandaag op dan morgen. Alleen zijn de dingen die we willen veranderen zo groot, dat we goed beslagen ten ijs moeten komen. Met een wetsvoorstel of een essay in de krant ben je er niet. We proberen een maatschappelijk gesprek op gang te brengen.

We laten ons inspireren door de wereldwijde Rights of Nature-beweging, die al bijna vierhonderd casussen kent waarin rechten zijn toegekend aan de natuur. Zo hebben we nu een compendium gecreëerd, een naslagwerk van twaalf casussen, waarin we beschrijven hoe ze werken en tot stand zijn gekomen. De Nederlandse versie hiervan wordt op 2 februari 2022 gepresenteerd in het Vredespaleis in Den Haag.'

Hoe ziet fysiek luisteren naar de Noordzee eruit?

Thijs: 'We zijn heel sec begonnen, door echt aan de zee te gaan zitten en daar te luisteren. En we organiseerden activiteiten waarbij mensen geholpen worden te luisteren en te kijken, bijvoorbeeld met kleuroefeningen: welke kleur heeft de zee waar? Voor de podcast Voices of the North Sea luisteren we ook letterlijk met hydrofoons onder water. En we werken samen met wetenschappers. Er zijn allerlei vormen om de zee beter te leren kennen. Vaak wordt luisteren als voorwaarde tot spreken gezien, maar het luisteren zelf is al een politieke daad. Momenteel werken we aan een Audement, een gecondenseerde ruimte waarin mensen in allerlei vormen kunnen luisteren. Het wordt in 2022 op verschillende plekken getoond.' 
 
Marleen
: 'Het lastige is, stel dat we genoeg geluisterd hebben naar de Noordzee. We denken samen het sardientje te kunnen vertegenwoordigen. Dan kan het alsnog dat een andere groep de belangen van het sardientje anders interpreteert, dat zij zeggen: nee hoor, het sardientje wil lekker opgegeten worden.'

Thijs: 'Representatie komt altijd met problemen. Ook bij mensen. Bij de Ambassade van de Noordzee heeft wetenschap een heel belangrijke rol. Uit allerlei onafhankelijke onderzoeken weten we bijvoorbeeld dat de paling uitsterft. We weten dat hij last heeft van drugs in het rioolwater, en dat hij last heeft van de sluizen. Als je de aanname maakt dat de paling wil leven, zich wil voortplanten en op zoveel mogelijk plekken wil leven, dan kun je vanuit dat belang en met de kennis die er is, zorgen dat de paling op het juiste moment en met de juiste kracht aanwezig is in het politieke spel.'

Maar het doel van de paling is misschien ook om de dominante soort te worden. Wat als we de paling zo goed vertegenwoordigen dat andere soorten eronder gaan lijden?

Marleen: 'Als je bedenkt wat er allemaal in de zee leeft en wat iedereen daar ten opzichte van elkaar aan het doen is - elkaar opvreet, elkaar naar het leven staat - dan is het ontzettend belangrijk goed te begrijpen hoe dat ecosysteem werkt. Alles werkt op elkaar in.'

In de zee heerst dan ook al een politiek systeem: de pikorde van het ecosysteem. Dus eigenlijk proberen we dan een politiek systeem, dat van de zee, ín een politiek systeem, dat van de mens, te representeren.

Marleen: 'Het is de vraag of een ecosysteem een politiek systeem is.'

Thijs: 'Draai hem eens om. Er landt een vliegtuig op Schiphol en er komt een mannetje de trap af: de president. Die zegt: ik spreek namens Frankrijk, namens het hele land. Dat kennen we, dat accepteren we. Wat hij zegt is niet altijd direct wat jij vindt. Representatie loopt altijd tegen beperkingen en generalisaties en filosofische morele dilemma’s aan. Dat maakt het niet makkelijker, maar het is wel wat we al honderden jaren hebben. Ik zie politiek als theater, met rituelen en decorstukken. Wie er in het toneelstuk mag spelen bepaalt de uitkomst. Wij bepleiten een herschikking van dat theater, waarin je niet alles weggooit, maar wel een update geeft.'

Marleen: 'En nu kijken we vooral vanuit het perspectief van de mens: we stellen de vraag hoeveel we per persoon in de rivier mogen lozen. Er zijn belangen van de industrie en die staan tegenover de belangen van watervoorziening voor de landbouw, drinkwater of zwemwater. Dus: de belangen van de natuur worden alleen vertegenwoordigd in het denkkader van mens versus industrie. Soms op het gebied van gezondheid, en zelfs dat hebben we niet op orde. De natuur trekt nu aan het kortste eind. De mens, als onderdeel van de natuur, uiteindelijk dus ook. Als je op al deze plekken de belangen van verschillend natuurlijk leven aan tafel zet, krijg je een compleet ander gesprek.'

Thijs: 'Aanwezigheid is echt een kernbegrip. Om terug te komen op het voorbeeld van de paling: in Amsterdam heeft hij veel culturele en culinaire connotaties, maar in de fysieke stad is hij onzichtbaar. Architect Thijs de Zeeuw ontwerpt nu een park waarin de mens de paling kan ontmoeten en informatie over hem krijgt. Datzelfde geldt voor Den Haag: je kunt interventies doen waarbij de Tweede Kamer de Noordzee hoort en ruikt wanneer er over de zee overlegd wordt. Je praat ook net wat anders over collega’s wanneer ze erbij zijn, dan wanneer ze er niet zijn. Door de disciplines heen - kunst, verbeelding, wetenschap - proberen we betere vormen van luisteren en vertegenwoordigen te vinden.'

Ambassade van de Noordzee
Foto: Ambassade van de Noordzee

 

Marleen: 'Sinds het eind van de vorige eeuw wordt vanuit de overheid ingezet op de 'triple helix': de overheid, bedrijven en kennisinstellingen zetten de lijnen uit voor innovatie en de toekomst van het land. Het is merkwaardig dat de samenleving zelf daarbij als stem ontbreekt. Het standaardantwoord daarop is dat de politiek de samenleving vertegenwoordigt. Maar waarom zouden de CEO van een bedrijf en de bestuurder van een universiteit wel rechtstreeks aan tafel mogen zitten, en een verpleger, de milieubeweging of een vakbond niet? Dat is toch gek?

Kun je nagaan hoe moeilijk het zal zijn om de niet-menselijke wereld aan tafel te krijgen. Toch zal dat belangrijk worden: voor de uitdagingen die we nu hebben, moet je meerdere dimensies kunnen betrekken. Een oplossing is om het beleidsproces te zien als een systeem dat je moet ontwerpen. De zee, het land, het klimaat, de samenleving: het is een stapeling van compleet verschillende vraagstukken. En misschien is de gamechanger wel dat we het een keer niet vanuit klassiek bedrijfsbelang bekijken, maar vanuit ecologisch belang: wat heeft de natuur nodig? Dat de mens een stap terugzet in wat hij allemaal dénkt nodig te hebben.'

'Misschien is de gamechanger wel dat we het een keer niet vanuit klassiek bedrijfsbelang bekijken, maar vanuit ecologisch belang: wat heeft de natuur nodig? Dat de mens een stap terugzet in wat hij allemaal dénkt nodig te hebben.'

Luisteren naar de zee of de natuur zien we nu vooral terugkomen op juridisch gebied, bijvoorbeeld door het oprichten van Zoöps, het erkennen van natuurlijke entiteiten als rechtspersonen, of het strafbaar stellen van ecocide. Is dat de manier om de Noordzee aan tafel te krijgen?

Thijs: 'We zijn blij dat er op zoveel plekken gezocht wordt. Een Zoöp werkt bijvoorbeeld met bestaande juridische middelen, waar het strafbaar stellen van ecocide een nieuw wettelijk kader schept om bedrijven en landen makkelijker aan te kunnen klagen. Omdat alles zo pionierend is, is het nog niet duidelijk welke kogel raak gaat zijn. Als Ambassade van de Noordzee vinden we het erkennen van deelnemerschap een voorwaarde voor recht. We maken een wereldbeeld bespreekbaar waarin de mens naast niet-mensen staat.' 

Marleen: 'Het recht is een essentieel onderdeel, maar vertegenwoordiging van de Noordzee of de natuur is niet alleen terug te brengen tot het feit dat zij rechtspersonen moeten worden. Door de initiatiefnemer van Land van Ons werd uitgelegd waarom we zo weinig bomen in weilanden zien staan. Niet alleen mooi om te zien, maar ook goed voor CO2-reductie, en zodat dieren kunnen schuilen voor de hitte. De reden is wetgeving die berekent hoeveel mest je mag uitrijden op je land. Grond die overschaduwd wordt door bomen, telt niet mee. De gedachte daarachter is dat mest niet te dicht bij de wortels van bomen mag komen, omdat ze daar niet tegen kunnen.

Goed bedoeld, maar het gevolg is dat bomen niet eens meer worden neergezet. Dan kan het hele oppervlak van het land benut worden. Zo zie je dat wetgeving meer invloed heeft op de inrichting van het land, dan landschapsarchitecten. Die onbedoelde bijbedoelingen spelen ook veel in technologie. Daarbij noemen we het function creep. De consequenties van een keuze werken dan heel ver door, zonder dat het ooit de bedoeling geweest is.'

Thijs: 'Wij proberen consequent te zijn in onszelf zien als onderdeel van de natuur. Het woord natuur is al ingewikkeld. Dat hangt te veel aan dat oude natuurbeschermingsidee: hier is een stuk natuur, hek erom, dan is het beschermd. Het miskent hoe ecologische systemen werken, en dat de mens zelf onderdeel is van de natuur.'

Marleen: 'Dat is wederom die menselijke toe-eigening van een systeem. De natuur is van zichzelf, en het gaat lastig zijn daar goed naar te luisteren: er zit een spanningsveld, want de natuur heeft al een stem. De milieubeweging van nu geeft de natuur toch vooral een stem door te dataficeren: zoveel vissen nog, zoveel temperatuurstijging, de stroom gaat die kant op. Bij luisteren spelen niet alleen data, maar ook een andere dimensie. Het is bijna het idee dat je beter naar jezelf moet luisteren: dat wij ook onszelf als natuur moeten begrijpen. Als wij onszelf niet als natuur gaan zien…'

Thijs: '...dan creëer je een buiten. De uitwassen van het kapitalisme bestaan bij het creëren van een buiten. Er was altijd een kolonie nodig, of Mars, of de diepzee, om iets aan te onttrekken zonder er zorg voor te dragen en voor te betalen.'

Marleen: 'En dat zit ook in dataficering, in het zeggen: de werkelijkheid bestaat in die data. Uiteindelijk is dat maar één waarneming, en het feit is dat onze menselijke waarneming vrij beperkt is. Wat wij waarnemen, is al een soort dashboard dat we met elkaar delen - het betekent niet dat dat de werkelijkheid is, want op dat moment heb je het al mens-interpretabel gemaakt. Data zijn een manier om de wereld te zien, maar niet de enige.'

'De vraag is niet of, maar in welke mate we het zeewater gaan toelaten.'

We gaan dus luisteren naar- en in gesprek met de zee - maar is de zee niet ook nog steeds iets waar we ons tegen moeten wapenen?

Thijs: 'Ja. Als we als mensen wereldwijd in delta’s willen blijven wonen - en dat willen we, want die zijn vruchtbaar - dan moeten we goed kijken naar het tempo van de zeespiegelstijging. Als we daardoor overvallen worden, raken we heel veel kwijt.'

Marleen: 'Dit doet me denken aan de eerste vraag, over onze relatie met de zee. We zijn opgegroeid met het idee dat ‘wij Nederlanders’ ons moeten wapenen tegen de zee, en dat ze tegelijkertijd onze grootste engineeringskracht is. Wij hebben de zee weten in te perken, we hebben haar overwonnen. We hebben polders gemaakt en de deltawerken, we leven beneden zeeniveau. Het is en blijft een grijze bak, een net-niet zee.'

Thijs: 'Deltares heeft onlangs vier plannen gepresenteerd om met de zeespiegelstijging om te gaan, waarvan een behoorlijk lomp was, namelijk: we geven Zeeland op. En er zijn nog meer scenario’s. Bijvoorbeeld: helemaal breken, die zee. Een linie dwars door de Noordzee, van Frankrijk tot Noorwegen. Dat is natuurlijk veel te duur. Hoewel het een quick fix is, getuigt het ook van een zekere hoogmoed, een onvermogen tot samenwerken met de zee.

De vraag is niet of, maar hoe we het zeewater gaan toelaten, en in welke mate we daar überhaupt invloed op hebben. De zeespiegel gaat tussen de 30 centimeter en de zes meter stijgen - er is in elk geval vrij grote kans op een of twee meter stijging. Een meter kunnen we zeker aan. Maar na die meter moet je keuzes gaan maken. Dat betekent dat we de komende decennia vorm moeten geven aan allerlei onderhandelingen: tussen land en zee, tussen mens en niet-mens.'

Meer weten?

Gepubliceerd

Auteur

Anne Schepers

project