Kunst en cultuur horen bij innovatie

Navolgend opiniestuk werd eerder geplaatst in het Financieele Dagblad van 9 februari 2013 onder de titel 'Topsector creatieve industrie niet compleet als de kunsten er geen deel van uitmaken - Artistiek onderzoek is net als wetenschappelijk onderzoek bron van onverwachte uitvindingen'. Het werd geschreven door Alexander Rinnooy Kan, Marleen Stikker en Paul Rutten.

De creatieve industrie is terecht een van de officiële topsectoren van Nederland. Nederland heeft op een aantal deelterreinen een wereldreputatie (e-culture, architectuur, serious gaming en televisieformats) en de toegevoegde waarde van de sector is substantieel. Groter, bijvoorbeeld, dan die van de chemische industrie. De creatieve industrie voldoet zo aan de twee belangrijkste eisen die aan topsectoren worden gesteld. Het gezamenlijk zelforganiserend vermogen van de sector, een derde belangrijk criterium, liet aanvankelijk te wensen over.

Dat was voor zo’n jong, snel en spontaan groeiend deel van de economie niet verbazingwekkend. Innovatie verloopt minder volgens het vaste patroon dat gevestigde sectoren typeert. Het officiële eerste onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma Click, dat binnenkort wordt vastgesteld, is een bemoedigend teken en illustreert de vooruitgang in de sector. Maar juist de focus en inhoud van dat programma vestigen de aandacht op een belangrijk en betreurenswaardig verschil tussen de Nederlandse benadering van creatieve industrie en de internationaal gebruikelijke aanpak. In de laatste wordt de creatieve industrie opgevat als optelsom van media- en entertainment, creatieve zakelijke dienstverlening, erfgoed én kunsten. En juist die laatste blijken in de huidige Nederlandse aanpak, na enige aanvankelijke onduidelijkheid, buitengesloten.

Kunst en cultuur zijn essentiële onderdelen van een innovatief ecosysteem

Dat is niet verstandig. Kunst en cultuur voldoen royaal aan bovengenoemde criteria. Onderzoek van Atlas van Gemeenten, onder meer samen met het Centraal Plan Bureau, laat bovendien zien dat regio’s met een aantrekkelijk cultureel klimaat economisch beter presteren. Hoogwaardig talent, nodig voor een innovatieve economie, laaft zich graag aan artistieke, creatieve bronnen. Kunst en cultuur zijn essentiële onderdelen van een innovatief ecosysteem.

Maar er is meer. De voorbije jaren is er sprake van een duidelijke ommekeer in het perspectief op innovatie en de bronnen daarvan. Artistiek geïnspireerd onderzoek functioneert steeds zichtbaarder als inspiratiebron voor innovatie en vernieuwing, naast fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Artistiek onderzoek is, net als wetenschappelijk onderzoek, een bron van onverwachte uitvindingen en levert belangrijke ingrediënten voor succesvolle innovatie. Het hanteert onconventionele methodes, staat dichtbij de individuele belevingswereld van mensen en kent vaak een sociaal gemotiveerde invalshoek.

Zo verkende de Australische kunstenaar Oron Catts het grensgebied tussen kunst en life sciences. Voor zijn 'Victimless Leather Project' wist hij als eerste spierweefsel in vitro te ontwikkelen, vlees zonder zenuwstelsel waar geen dieren voor hoeven worden geslacht. Zijn bio-art installaties reizen nu langs internationale musea en zijn werk inspireert reguliere wetenschappers die mede op basis van zijn vindingen patenten hebben verworven. Deze uitwisseling tussen kunst en wetenschap heeft navolging gekregen in de Nederlandse Designers and Artists for Genomics Award die nu al enige jaren gezamenlijk grensverleggend onderzoek mogelijk maakt. Daar en op vele andere locaties levert artistiek onderzoek een bijdrage aan de oplossing van maatschappelijke en economische vraagstukken. E-cultuur instellingen als Waag en V2 doen dit al enige jaren met veel succes. Het Hybride Instituut op de grens van kunst en wetenschap van Lidewij Edelkoort wordt ook zo’n locatie.

Dat deze praktijk goed kan aansluiten bij economisch gedreven innovatiebeleid wordt in het Verenigd Koninkrijk gedemonstreerd. Scheppende kunst is in het Angelsaksische wetenschapsmodel een academische discipline. Het is dan ook volstrekt vanzelfsprekend dat het Creative Industries innovatieprogramma van de Strategic Technology Board wordt geleid door de University of the Arts in London en dat experimenten en demonstratiemodellen daarin centraal staan. Kunst fungeert als het fundamentele onderzoek voor de creatieve industrie en heeft daarvoor dezelfde betekenis als wetenschappelijk laboratoriumonderzoek voor industriële innovatie.

De cultuursector heeft in haar recente strijd tegen de bezuinigingen maar een beperkt deel van haar wapens ingezet. De varianten op het weinig succesvolle beschavingsoffensief lieten maar een beperkt deel van de kracht van de kunsten zien en sterkten staatssecretaris Zijlstra in zijn overtuiging dat de kunstensector wel een veer kon laten. Maar kunst en cultuur zijn van direct belang voor economische innovatie en ontwikkeling. Cultuur is geen luxe die moet worden ingeleverd als het even tegenzit.

De uitdaging voor de ministers van EZ en OCW is om de Nederlandse benadering van de creatieve industrie in de pas te brengen met de internationale norm door kunst en cultuur daar voluit onderdeel van te laten zijn. Dat zal een belangrijke stimulans opleveren voor een breder en succesvoller Nederlands innovatiebeleid.

Alexander Rinnooy Kan is hoogleraar economie en bedrijfskunde aan de UvA, Paul Rutten lector Creative Business aan de Hogeschool Rotterdam en Marleen Stikker oprichter-directeur van Waag, institute for art, science & technology.