Meten met buisjes

Wie de uitzending van Nieuwsuur over het meten van de luchtkwaliteit in Noord-Holland heeft bekeken zal het wellicht zijn opgevallen dat in het Belgische burgermeetproject 'Curieuze neuzen' de lucht werd gemeten met buisjes en niet met elektronica, zoals in het project Hollandse Luchten het geval zal zijn. Hoe werkt dat en wat zijn de voor- en nadelen daarvan?

Stikstofdioxide

Stikstofdioxide (NO2) is een van de belangrijkste oorzaken van luchtverontreiniging en wordt voor het grootste deel veroorzaakt door het verkeer. Dit gas laat zich op verschillende manieren meten, een veelgebruikte manier is met behulp van Palmesbuisjes. Deze buisjes bevatten een stof die reageert met NO2. Elke vier weken worden de buisjes vervangen en geanalyseerd in het lab.

Zo meet de GGD in Amsterdam met de buisjes op systematische wijze op 22 meetpunten waar de NO2-waarden boven de Europese norm van 40 μg/m³ NO2 uitkomen. Bekijk hier de grafiek van Nico van Gog die een overzicht van de waarden in 2018 geeft.

De GGD meet ook met officiële meetstations. De meetwaarden hiervan staan realtime op de website luchtmeetnet.nl. Op deze website kun je ook de waarden van andere stoffen in de lucht vinden, zoals ozon, fijn stof of roet.

Waarom meten met buisjes?

Het voordeel van de buisjesmethode (waarbij de plek waar de buisjes moeten hangen is vastgelegd in wetgeving) is dat deze tamelijk eenvoudig uitvoerbaar is, relatief goedkoop is én betrouwbare data oplevert. Daar staat tegenover dat wanneer burgers de buisjes ophangen (zoals in België), de resultaten daarvan voor hen in de meetperiode niet inzichtelijk zijn. Ook zijn geen piekwaarden meetbaar, de methode geeft alleen het gemiddelde over vier weken. Gedurende de dag controleren wat de meetwaarden zijn is er dus niet bij.

Meten luchtkwaliteit met buisjes
Voorbeeld van de gebruikte buisjes in 'Curieuze Neuzen' in België

Het RIVM schrijft over het meten van NO2 met Palmesbuisjes (in deze publicatie) het volgende:

"Met zogenaamde 'Palmesbuisjes' kunnen momenteel NO2 concentraties met een onzekerheid van 15-25% worden gemeten, afhankelijk van de gebruikte ijking en typen locaties. Een dergelijke onzekerheid is niet veel groter dan die van de officieel voorgeschreven meetmethoden. De concentraties zijn de gemiddelde waarde over 4 weken, uurlijkse/dagelijkse variaties kunnen met Palmesbuisjes niet worden gemeten. De kosten van Palmesbuisjes bedragen ergens in de orde van 100-200 euro per locatie per jaar, afhankelijk van de meetstrategie. Ter vergelijking: een officiële meting kost in de orde van twintigduizend euro voor de apparatuur plus duizenden euro’s per jaar voor onderhoud."

Datavisualisatie

De kaart die Curieuze Neuzen uiteindelijk heeft opgeleverd is, dankzij de 20.000 meetpunten, bijzonder gedetailleerd en voor iedereen makkelijk te lezen. Hoewel het een momentopname is, toont de kaart wel de ernst van het probleem (met name in een stad als Antwerpen). En het laat zien dat er lokaal grote verschillen kunnen zijn. Dat kan een officieel meetnetwerk met een beperkt aantal stations niet op die manier blootleggen.