Virtuele artefacten

Dick van Dijk

Erfgoed vind je overal. Niet alleen in museale collecties, gepresenteerd op een mooie locatie, of opgeslagen in een depot. Erfgoed is ‘oud’, van vroeger, maar zegt veel over ‘nieuw’, ons hedendaagse wereldbeeld, onze identiteit. Technologie speelt meer en meer een rol in het beschikbaar maken en presenteren van ons erfgoed, binnen en buiten de musea. Door erfgoed niet te isoleren, maar te verbinden aan onze omgeving en ons leven, kunnen we anders (en beter?) naar onze omgeving én naar onze hedendaagse maatschappij kijken.

Technologie doet erfgoed leven
Veel van ons erfgoed bevindt zich op straat, in de stad, of in een landelijke omgeving. Door databronnen te koppelen kunnen we meer aspecten van onze omgeving zichtbaar maken. Denk bijvoorbeeld aan alle namen –plaatsnamen, veldnamen, straatnamen- die iets zeggen over hoe een plek er vroeger uitzag of wat daar gebeurde. Plaatsnamen die eindigen op ‘broek’ liggen bijvoorbeeld vaak in een laaggelegen gebied dat nat blijft door opwellend grondwater of liggen laag langs een rivier of beek waardoor ze regelmatig overstromen of onder water staan. Niene Boeijen, student aan de Universiteit Wageningen, werkte tijdens haar stage bij Waag een tool uit die plaatsnamen koppelt aan hun geografische locatie en de hoogteligging. Op deze manier wordt de betekenis van plaatsnamen in één keer –visueel – duidelijk gemaakt.

Haar applicatie is een van de voorstellen uit het Erfgoed en Locatie project om meer te doen met de geografische ontsluiting van erfgoed. De uitdaging daarbij is dat historische geografische termen vaak niet overeen komen met moderne benamingen, denk aan ‘Amstelredamme’ voor Amsterdam of oude straten die verdwenen of verlegd zijn. Dit levert voor geografische ontsluiting van collecties vaak problemen op. Daarom zijn harmonisatie en standaardisatie nodig. In het project Erfgoed en Locatie worden samen met de sector nieuwe publieksconcepten ontwikkeld: Wat kun je doen als je een bevolkingsregister koppelt aan locaties? Zou je bij historische figuren op visite kunnen gaan? Of zou je de romantische reisverhalen uit de 19e eeuw kunnen herbeleven met een virtuele fiets- of wandelroute en jezelf afvragen: wat is het verschil tussen toen en nu?

GPS-route rondom slavernijverleden
Op deze manier, via smartphones en GPS of iBeacons, bieden sommige routes al content op locatie aan, om toeristen of bewoners te informeren over waar ze zijn en wat ze zien. NiNsee ontwikkelde bijvoorbeeld zo’n route in de MuseumApp rond het Nederlands slavernijverleden. In Amsterdam vind je veel plekken waarvan het in meerdere of mindere mate duidelijk is dat ze met het Nederlands slavernijverleden verbonden zijn. Hierbij kun je denken aan pakhuizen, de verschillende hoofdkantoren van de West-Indische Compagnie, decoraties op koopmanshuizen binnen de grachtengordel, maar ook aan het standbeeld van Anton de Kom in Zuidoost. Maar interactieve technologie kan deelnemers ook activeren. Een recent, door de jonge professionals, op ditzelfde onderwerp, ontwikkeld concept is ‘#DecolonizeTheMuseum’; een twittercampagne waarbij bezoekers ook zelf plekken, teksten en collecties kunnen de-kolonialiseren. De context voor dit concept is een recent co-creatie project met onder andere het Museum voor Wereldculturen waarin de relaties tussen musea en jongeren hands-on worden onderzocht.

Artefacten van de digitale stad
Maar de stad was in 1994 ook de dominante metafoor toen burgers voor het eerst toegang kregen tot het internet, in de vorm van De Digitale Stad (DDS). Met DDS kwam in Amsterdam het internet voor het grote publiek bereikbaar: de bewoners van DDS bouwden zelf een huis (homepage) aan een van de stadspleinen. Er werd geëxperimenteerd met interactieve televisieprogramma’s (o.a. Smart TV) en radiohoorspelen waar bewoners aan meeschreven. Al na een half jaar waren er 100.000 gebruikers. Waag en het Amsterdam Museum hebben het initiatief genomen tot de opgraving van de digitale artefacts en fundamenten van deze virtuele stad. In 2014 kon de DDS collectie in het Amsterdam Museum en online op de website worden geopend, maar er zijn nog veel DDS-onderdelen, verhalen maar vooral ook verbanden met de hedendaagse digitale cultuur, onderbelicht. Deze worden in toekomstige projecten verder onderzocht met als doel weer toegang te krijgen tot ‘onze’ digitale stad.

(Deze tekst werd eerder gepubliceerd op Stadsleven).

About the author

  • Dick van Dijk is creative director en head of programme bij Waag Society.