Web3 vanuit het perspectief van creatieve makers

Dit is de tweede blog binnen het MicroMemberships project. Lees blog 1.


In onze zoektocht naar open en eerlijke verdienmodellen voor creatieve makers kunnen we moeilijk om een ontwikkeling heen die veel aandacht krijgt van onder andere crypto-investeerders: Web3. Deze ontwikkeling is relevant voor ons onderzoek, want een aantal toepassingen voor Web3, zoals NFT’s en DAO’s, zou interessant voor creatieve makers kunnen zijn. Web3-aanhangers staan eenzelfde ideaal voor: ook de Web3-enthousiastelingen zeggen op zoek te zijn naar toepassingen die wegblijven van platformisering. In deze blog onderzoeken wij de potentie van deze technologieën en de onderliggende ideeën. Hoewel die ideeën inspirerend zijn, is Web3 niet meer dan oude wijn in nieuwe zakken, zo zullen we in deze blog beargumenteren.

Web3 is de opvolger van Web1 en Web2. Web1 is het internet van voor 2005. Web1 was gedecentraliseerd. Het bestond uit een groot aantal onafhankelijke servers. Je kon host worden van zo’n server of zelf een server optuigen. Het internet van Web1 bestond uit een grote hoeveelheid statische webpagina’s. Deze pagina’s waren meestal informatief. Er was beperkt ruimte om als websitebezoeker te reageren via een HTML-formulier, je kon in eerste instantie hooguit een berichtje achterlaten in het ‘gastenboek’. Web1 werd later ook het internet van de online fora, die ook via hetzelfde HMTL-formulier liepen. De interactie met de servers van Web1 verliep traag.

De centralisatieslag van Web2
Vanaf 2005 tot nu hebben we te maken met ‘Web2’. Het tijdperk van Web2 is te herkennen aan de interactieve webpagina’s, in tegenstelling tot de statische documenten van Web1. Webpagina’s worden dynamisch en de interactie met de server gaat niet meer alleen via een formulier, maar via de programmeertaal in de browser (Javascript). Die mate van interactie tussen gebruikers in vergelijking met Web2 is van een andere orde dan Web1. De hoeveelheid ‘user generated content’ heeft met de komst van Web2 een vlucht genomen. Als gebruiker kun je inmiddels – naast een geschreven reactie – verschillende vormen van content achterlaten. Web2 was – in vergelijking met de statische pagina’s van haar voorganger – een behoorlijke technische stap vooruit en maakte veel nieuwe toepassingen mogelijk

Toch kleven er ook de nodige nadelen aan Web2. Toen Web1 evolueerde naar Web2, maakte het internet een grote centralisatieslag door. Gebruikers trokken naar populaire interactieve webpagina’s zoals het toenmalige Hyves en (the) Facebook. Eigenaren van die pagina’s maakte het gedrag van hun gebruikers te gelde en hielden dat (en de controle over het platform) voor zichzelf. De platformen zoals we die nu kennen, waren geboren.

Om het verschil tussen Web1 en Web2 te illustreren: Web2 bracht Whatsapp voort. Je kunt alleen communiceren via Whatsapp wanneer de geadresseerde ook Whatsapp downloadt. Anders ontvangt de ander jouw berichten niet. Ter vergelijking: met het e-mailprotocol uit de Web1-tijd kon je per e-mail een ander bereiken, ongeacht of deze gebruik maakt van outlook of xs4all. Als gebruiker van het Web2 zal je om iemand te kunnen bereiken de app moeten downloaden die deze persoon gebruikt – of je dat nu wil of niet. Je kan dus moeilijk om populaire apps als Whatsapp heen, ongeacht de reputatie van de eigenaar. De berichten en foto’s die je via Whatsapp stuurt zijn niet of nauwelijks te verhuizen naar andere platformen - als er al een alternatief bestaat waar je dezelfde groep mensen kunt bereiken.

Het oude en het nieuwe Web3
En dan is er nu Web3. Web3 bestaat al jaren. Het begrip is ooit gemunt door Tim Berners-Lee, een van de grondleggers van het wereldwijde web die Web3 het semantisch web noemde. Het semantisch web bestaat naast gelinkte webpagina’s, ook uit gelinkte datastructuren. Waar Web1 en 2 een web van pagina’s was, maakt het semantisch web de inhoud van die webpagina’s inzichtelijk en universeel beschikbaar.  Het huidige Web3 dat we vandaag veel horen is niet het oorspronkelijke Web3 van Berners-Lee. De term ‘Web3’ is inmiddels toegeëigend door crypto-investeerders en geframed als de onvermijdelijke opvolger van Web2. Wanneer zij spreken van Web3 gaat het over een internetdienst die gebruik maakt van een ‘gedecentraliseerd’ grootboeksysteem (blockchain) waar cryptocurrencies zoals Etherium op draaien. Web3 claimt dat – anders dan de platformen die zo dominant geworden zijn met Web2 – gebruikers aan het roer van dit internet staan. Dat klinkt als een sympathiek idee (en daar komen we later in deze blog op terug).

Packy McCormick, een van de crypto-investeerders die Web3 populair maakte, heeft Web3 gedefinieerd ‘als het internet dat eigendom is van bouwers en gebruikers, georganiseerd met behulp van tokens’. Met behulp van inwisselbare en niet-inwisselbare (non-fungible) ‘tokens’, kunnen gebruikers zelf stukjes van het internet toe-eigenen. Met non-fungible tokens (NFT’s) krijgt de eigenaar (overigens niet juridisch afdwingbare) eigendomscertificaten over delen van het internet. Dat kan werkelijk alles zijn, diensten, kunst, tweets, foto’s etc.

NFT’s zouden voor creatieve makers een manier kunnen zijn om hun content in eigen handen te houden. Ze zijn dan niet van een platform afhankelijk (‘content’ gepubliceerd op grote platforms kun je vaak niet meenemen naar andere platforms). Online content is immers oneindig deelbaar, maar deze unieke certificaten die verwijzen naar een digitaal object, zijn dat niet. NFT-houders zouden op die manier de macht van grote web2-platformen te kunnen ondermijnen.

Naast NFT’s zijn er ook DAO’s, gedecentraliseerde, autonome organisaties. Bij DAO’s is er geen centrale autoriteit, maar leggen de oprichters of de leden de organisatiestructuur, regels en afspraken vast in zogeheten ‘smart contracts’ waarbij deelnemers aan die organisatie bijvoorbeeld een digitaal stemrecht hebben. Dat kan gaan over de verdeling van geld of de ontwikkeling van een protocol. De smart contracts voeren deze opdrachten na stemming automatisch uit. De afspraken zijn opgeslagen in een blockchain.

De ironie van Web3
Web3 klinkt als een wenkend perspectief. Op het eerste oog is het een open gedecentraliseerde infrastructuur waar iedereen aan kan deelnemen en die weg lijkt te blijven van de platformiseringsdynamiek van Web2.  De eindgebruiker krijgt het weer voor het zeggen. Maar let wel, diegenen die dit ideaalbeeld schetsen, hebben vaak hun geld op dit crypto-Web3 gezet.

De ironie wil namelijk dat wij als eenvoudige gebruikers of creatieve makers met onze mobiele telefoon of via onze browser niet zomaar toegang hebben tot zo’n grootboek, zo beschrijft ook onderzoeker en ondernemer Moxie Marlinspike in zijn kritische reflectie op web3. Bedrijven bieden daarom een dienst aan om die toegang tot dat knooppunt mogelijk te maken, op grond van dataverzamelingen bouwen ze bovendien verbeterde API’s en krijgen ze toegang tot allerlei transacties. Dat doet dan weer verdacht veel kijken op de gecentraliseerde platformiseringsdynamiek van Web2.

Naast deze technische ‘mankementen’, zouden we het fenomeen cryptocurrencies kunnen beschouwen als een vorm van hyperplatformisering. De valuta, in de ‘gewone wereld’ voor iedereen bruikbaar, streng gereguleerd en onder toezicht gesteld, is in de wereld van Web3 toegeëigend door een aantal (vaak al bevoorrechte) investeerders. Deze groep koloniseert het reguliere betalingsverkeer door de medemens over te halen om allerlei basale economische transacties in crypto’s te doen.

Dat doen ze, omdat het aantal munten, de aandelen in een currency, eindig is. Cryptocurrencies genereren een (kunstmatige) schaarste, waar de ontwerpers en vroege investeerders vervolgens de vruchten van plukken. Naar mate zij meer vraag genereren (‘je moet nu instappen!’) wordt hun crypto’s meer en meer waard. Als late (vaak jonge) instapper zie je bij iedere sprong die de volatiele munt maakt, je spaarcenten verdampen.

Cryptocurrencies hebben dan ineens veel weg van een ongevraagde tussenpersoon die geld aan jou probeert te verdienen. Web3 lijkt een nieuwe poging van investeerders om een nieuwe, gecentraliseerde dienst aan te bieden, deze keer onder de noemer van ‘decentralisatie’. Crypto-investeerders lijken met hun Web3 eerder “a solution looking for a problem”, zoals critici wel eens zeggen.

Sympathieke ideeen
Het ziet ernaar uit dat Web3 en het paardenmiddel ‘blockchain’ de grootste problemen van Web2 niet lijken op te lossen. Maar we zijn niet volledig terug bij af. De hernieuwde aandacht voor het belang van decentralisatie spreekt in ieder geval tot de verbeelding.

De decentrale autonome organisaties (DAO’s), een niet-hierarchische organisatievorm voor Web3, bestaat uit een groep individuen die op grond van hun vaardigheden een bijdrage leveren aan bijvoorbeeld online kunst of code. Dat klinkt belangwekkend voor creatieve makers die zich op deze manier kunnen verenigen zonder gecentraliseerde entiteit, zoals dat vroeger vaak een uitgever was of in web2 een machtig, disruptief platform dat de regels bepaalt. Dit soort organisaties zijn vaak laagdrempelig: in principe kan iedereen met internet kan bijdragen. Een voorbeeld van een DAO is het kunstenaarscollectief Tara Digital Collective dat een online galerie heeft voor kunstenaars die vaak ondervertegenwoordigd zijn in de kunstwereld (en dat advies geeft aan kunstenaars die bijvoorbeeld niet over technische kennis beschikken of andere barrieres ervaren.

DAO’s zijn een interessante ontwikkeling in het licht van eerdere bevindingen uit ons ontwerpend onderzoek ‘Microdonor’. Samen met een groot aantal experts concludeerden we in dit project dat online ‘makers’ zich kunnen verenigen in ‘content collectieven’.  In deze collectieven kunnen aanbieders van inhoud van hoge kwaliteit en met een laag volume hun krachten bundelen met makers die veel content aanbieden. Bovendien zijn deze collectieven een manier om content samen te voegen en nieuwe, op waarden gebaseerde netwerken te creëren.

Niet alleen de ideeën achter DAO’s, maar ook achter NFT’s klinken sympathiek. Als creatieve maker kan het idee van juridisch afdwingbaar eigendom (in een ‘registry’) van digitale kunst, muziek, films en boeken aantrekkelijk klinken. De grote terugkerende vraag bij dit soort vernieuwende ideeën is hoe deze je deze afspraken mogelijk maakt en overeind houdt zonder afhankelijk te zijn van cryptocurrencies. Deze vraag gaat over onderling vertrouwen op het wereldwijde web. En die valt niet zomaar te beantwoorden met het platte verdienmodel van Web3.

Toch helpen beide concepten ons om na te denken over hoe open en eerlijke verdienmodellen vorm moeten krijgen. Ze gaan over de manier waarop je je als kunstenaar online zou kunnen organiseren, hoe je zou kunnen samenwerken en dan écht zonder (of met minimale) tussenkomst van derde partijen. Komende blogs onderzoeken we de achtergrond en de oorzaken van deze opeenvolgende centralisatiepogingen en bespreken we of het niet allemaal veel makkelijker kan, met simpele, ondersteunende technologie.

Gepubliceerd

Auteur

Quirine van Eeden

project

Dit project wordt gefinancierd door Grant for the Web.