Dankzij de kleermaker hoeft duurzaam niet duur te zijn

In het Europese project Reflow onderzoeken zes steden hoe ze een duurzame circulaire economie kunnen realiseren. Amsterdam richt zich daarbij op circulaire textielstromen in de stad. Wat hebben we de afgelopen drie jaar van Reflow geleerd? We praten bij met Roosmarie Ruigrok, projectleider vanuit de Gemeente Amsterdam.

Ha Roosmarie, waar gaat Reflow in Amsterdam over?
Wij herijken hoe we in de stad omgaan met textiel. Bewoners kopen kleding, ze dragen het en danken het af, en de gemeente staat voor de taak om de stad schoon te houden. Maar je hebt natuurlijk ook de industrie. Wij onderzoeken hoe deze partijen zich tot elkaar verhouden, en uiteindelijk brengen we het bij elkaar in een concreet plan. We zijn bezig met een visie en routekaart voor circulair textiel binnen de gemeente. Tijdens het Reflow Circular Textiles Festival zullen we die presenteren, op 19 april in Pakhuis de Zwijger. De visie en routekaart brengen we uit, zodat de Metropool Regio Amsterdam ook op lange termijn acties kan ondernemen voor circulair textiel in de stad. 

In Amsterdam richtten de partners Pakhuis de Zwijger, BMA Techne, Waag en Gemeente Amsterdam zich de afgelopen drie jaar gezamenlijk op textiel. Wat was het plan van aanpak? 
Eerst hebben we in kaart gebracht wat er aan textiel Nederland inkomt, vervolgens welk deel daarvan in Amsterdam binnenkomt. Tenslotte keken we wat er bij het restafval en in de textielcontainers terechtkomt. 

Wat viel je daarbij op?
Je ziet een enorme explosie van polyester kleding. Wereldwijd bestaat textielafval voor 60 procent uit polyester en voor 40 procent uit andere materialen. In Nederland is 60 procent van de kleding van katoen en bestaat 40 procent uit andere materialen. Nederlanders hebben katoen dus nog hoog zitten als het gaat om textiel. Ik ben daar heel blij om, want katoen is een mooi materiaalsoort waar je heel lang iets mee kunt. 

Vervezelde kleding
Vervezelde textiel

Stel, je staat in de kledingwinkel en kunt kiezen tussen recycled polyester of nieuw katoen. Wat is volgens jou dan de beste keuze?
Ik zou gaan voor katoen. Gerecycled polyester wordt gemaakt van gerecyclede petflessen, en bij het toevoegen van petflessen aan textiel komen een hoop microfibers vrij. Je wil eigenlijk dat verpakking verpakking blijft. Uiteindelijk willen we  af van producten die op basis van aardolie gemaakt worden. We zullen moeten stoppen met benzine, en als we stoppen met benzine, dan zul je ook minder polyester krijgen. Veel polyester is namelijk gemaakt van restafval-producten uit de mobiliteitsindustrie.

Wat is nog meer belangrijk om circulaire textielstromen in de stad te bereiken?
Met de Reflow-partners kijken we of we nieuwe garens van kunnen spinnen van het textiel dat wordt ingezameld via de textielbakken in de stad. Bij mechanische recycling wordt textiel door de shredder (versnipperaar) gehaald, waarna we er nieuwe garens van kunnen maken.

Daarnaast zeggen we ook vooral: rethink. Je bent klaar met een kledingstuk, maar kun je er nog wat anders mee? Kunnen we het nog repareren? Of als je er op uit bent gekeken, kun je het dan swappen of naar een tweedehands winkel als Dress for success brengen? Van een spijkerbroek kun je misschien nog een tas maken, of hem uit elkaar halen en er een patchwork voor nieuwe kussens van maken.

Een van de dingen die je binnen Reflow voor elkaar hebt gebokst, is de Stadspas-actie. Daarbij krijgen Stadspashouders 40 procent korting om kleding te laten repareren bij de kleermaker. (De Stadspas is voor Amsterdammers met een laag inkomen, red.) Wat was het achterliggende idee?
We willen graag dat iedereen kan meedoen in de circulaire economie. Ik dacht dus veel na over hoe dat het beste kan, want in het woord ‘duurzaamheid’ zit niet voor niets het woord ‘duur’. Biologisch, organisch textiel is vaak duurder. Hoe kan je duurzaam leven zonder dat het je al teveel extra geld gaat kosten? Het blijkt namelijk dat juist mensen met een heel kleine beurs, die dag voor dag moeten leven van uitbetaling naar uitbetaling, vaker ‘onzinnige’ dingen kopen. 

Photo: Unsplash
Photo: Unsplash

Uit onderzoek van Irene Maldini (Can design confront consumerism?, Hogeschool van Amsterdam) kwam naar voren dat we 30 procent van onze kleding het afgelopen jaar niet eens hebben gedragen. Van dat percentage is weer ongeveer eenderde stuk. Mensen kopen dan een goedkope vervanging en gooien hun favoriete kledingstuk weg.

Toen bedacht ik me: hoe mooi zou het zijn als mensen met de Stadspas hun kleding kunnen laten repareren? Dan kun je je favoriete kledingstuk laten repareren, het weer een prominente plaats in je kledingkast geven en dan hoef je geen nieuwe kleding te kopen!

Wat versta je onder onzinnige dingen?
Heel goedkope kleding. Denk aan tien goedkope T-shirts van vijf euro die heel snel stuk zijn. Als het stuk is, dan wordt er niet gedacht aan reparatie. Je maakt je fiets ermee schoon, je gooit het in de prullenbak en dan moet je alweer wat nieuws kopen. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een kleine beurs naar verhouding veel meer geld uitgeven aan textiel en kleding dan mensen met een modaal inkomen.  

Hoe ging de actie van start?
We hebben vijf kleermakers per stadsdeel bezocht en hen gevraagd of ze aan deze actie mee wilden doen. Iedereen zei ja, want door corona hadden ze nauwelijk inkomsten. Uiteindelijk zijn daar 30 kleermakers uit gekomen, die zijn aangesloten op de Stadspas. 

In september ging de Stadspas-actie van start, waarbij je 90 procent korting kreeg op één kledingstuk. Vanaf 1 januari 2022 is het een langetermijn actie geworden van een jaar, waarbij mensen 40 procent korting om zoveel kledingstukken te repareren als ze willen. De 40 procent korting die de kleermaker geeft, wordt aangevuld vanuit het potje armoedebestrijding door de gemeente.

Hoe loopt de actie tot nu toe? Maken er al veel mensen gebruik van?
Tot nu toe zijn er een kleine 6.000 kledingstukken gerepareerd. Hierdoor heeft de kleermaker werk gekregen, zijn de mensen er bewuster van geworden dat ze hun kleding kunnen laten repareren, zijn 6.000 kledingstukken gered van de verbrandingsoven én hebben we mensen mee laten doen aan de circulaire economie. We hopen dit jaar ongeveer 10.000 kledingstukken te laten repareren.

De Swapshop
De Swapshop

Wat voor tip heb je voor de Amsterdammer die ook meer circulair met zijn textiel om wil springen?
Bezoek eens de Swapshop, waar je kleding kunt ruilen. In de Swapshop wordt ook inpandig kleding verzameld, dus als het niet hip en trendy genoeg is voor de Amsterdamse mensen, dan droppen zij dat in de textielbak. Wat mensen vaak niet weten, is dat schoenen en knuffels ook in de textielbak mogen. En een laatste call to action: gooi nooit meer textiel bij het restafval.

Dus een kapot kledingstuk mag ook gewoon in de textielbak?
Ja. Want hoe meer we bij elkaar kunnen verzamelen van een bepaalde materiaalsoort, hoe meer we kunnen shredden en daar weer nieuw garens van kunnen maken. 

Eerder verscheen er in de Reflow-reeks: Hoe je het donutdenken toepast op textiel

Gepubliceerd

Auteur

Tonya Sudiono

project