Do worry, be happy: Trump, Parler en de macht van big tech

In de blogserie ‘Do worry, be happy!’, spreken we met experts uit het veld van technologie, innovatie en ethiek over de actualiteiten. We vragen hen naar hun zorgen en hun hoop: do worry, maar be happy dus.

Door Tonya Sudiono

Niemand wil dat er op online mediaplatforms wordt aangezet tot haat en geweld, maar hoe bestrijden we dit kwaad? Afgelopen weekend besloot Twitter om het account @realDonaldTrump van president Donald Trump te verwijderen. Daarnaast werd het alternatieve mediaplatform Parler, waar vooral conservatief rechts geluid op te horen is, uit de lucht gehaald en verwijderd uit de appstores van Apple, Amazon en Google. 

Momenteel worden er vraagtekens geplaatst bij de macht van de big tech-bedrijven: die blijken nu niet alleen mediaplatform-diensten te beheren, maar ook de grenzen van vrijheid van meningsuiting en democratie te bepalen. 

Hoe zorgen we ervoor dat de macht van sociale mediaplatforms gecontroleerd kan worden? En hoe creëren we alternatieven waarin publieke waarden centraal staan?

We spraken met prof. Jose van Dijck, hoogleraar Media en digitale samenleving aan de Universiteit Utrecht. In januari 2019 gaf zij tijdens de Staat van het Internet van Waag al een lezing over de ecosystemen van mediaplatforms. Tijd om te peilen hoe het er anno 2021 voor staat. 



Is het goed dat Trumps macht door de techbedrijven wordt geblokkeerd?
Ik ben het eens met de verwijdering van Trumps Twitteraccount; daar schreef ik ook een column over in het Financieel Dagblad (lees het opiniestuk ‘Twitter en Facebook hadden Trump eerder moeten verwijderen’). Tegelijkertijd maak ik me wel zorgen over de macht die de grote techbedrijven hebben. Op het moment dat het hen uitkomt, hoeven ze alleen te verwijzen naar hun eigen regels. Het is de vraag wie daar toezicht op houdt en hoe transparant die regels zijn. Ze hebben nu het juiste gedaan, maar dat wil niet zeggen dat ik me er geen zorgen over maak.

Er wordt gesteld dat het verwijderen van Trumps account een beperking van de vrijheid van meningsuiting is. Hoe ziet u dat?
Trump is niet zijn vrijheid van meningsuiting afgepakt, ze hebben alleen zijn versterker afgenomen. Het is niet zo dat hij recht heeft op zo’n megafoon, volgens het first amendment. Hij mag nog steeds naar elk ander podium gaan om zijn mening te uiten. 

Een privaat bedrijf mag zelf beslissen wie er op hun podium een stem krijgt en wie niet. Twitter kun je zien als een winkelcentrum, geen dorpsplein. Het eerste is een private ruimte, het tweede een publieke. Wie zich niet aan de regels van het private bedrijf houdt, kan worden verbannen. Dat is niet in strijd met de vrijheid van meningsuiting. 



Waarom moeten we ons hier zorgen over maken?
Het bereik van sociale mediaplatforms is zodanig groot geworden, dat ze enorm machtige moderatoren van de publieke sfeer zijn geworden. Daar zit de grootste zorg, want de techbedrijven hoeven daar geen verantwoording over af te leggen en er is geen toezicht op. 



Tegelijkertijd denk ik dus dat het wel goed is dat Twitter Trumps account hebben verwijderd. De platforms moeten nu eenmaal hun oor te luister leggen bij het publiek. Als ze het niet hadden gedaan, dan zouden ze namelijk door hun eigen gebruikers én werknemers wel verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor opruiing of een aanval op de democratie. Ze zijn niet verantwoordelijk voor wat derden zeggen, maar ze moeten wel rekening houden met bestaande wetten over haat zaaien en opruiing.



Ziet u een trend van personen die worden geblokkeerd vanwege opruiing?
Ja, het gebeurt al voortdurend. Trump is niet de enige leider die van sociale mediaplatforms gebruik maakt, en het zal zeker niet de laatste keer zijn. Het is een bedenkelijk punt: wie heeft de techbedrijven de macht gegeven om te bepalen wie er een versterker krijgt? 



Hoe kunnen we als Europa zelf invloed uitoefenen?
Europa is volop in beweging en probeert de Europese wetgeving aan te scherpen op dit gebied, maar het moeilijke is wel: het zijn Amerikaanse bedrijven. De laatste jaren gaan er in Amerika stemmen op van onder andere senator Elisabeth Warren om de bedrijven op te breken, maar de EU heeft daarin maar beperkte macht.

Toch kan Europa een hele grote rol spelen: wij zijn een markt van 500 miljoen consumenten. Europa zou verenigd kunnen optreden door strenge condities te stellen aan de platforms die hier mogen werken. Nieuwe wetgeving zou daarbij uitkomst bieden. Dat heet ook wel het ‘Brussels effect’: onze wetgeving kan potentieel effectiever zijn dan in Amerika, juist omdat deze bedrijven niet Europees zijn. 

Eerder heeft Europa de Amerikaanse Sectie 2030 van de Amerikaanse Communication Decency Act (de wet waardoor digitale platforms niet aansprakelijk zijn voor de content die gebruikers plaatsen) letterlijk overgenomen in de Europese wetgeving. Wel is op 15 december 2020 de nieuwe Digital Market Act en Digital Services Act gelanceerd. De wet is nog niet aangenomen. Het gaat in de DMA/DSA vooral over het inperken van de marktmacht van de grote techbedrijven, doordat er te weinig serieuze concurrentie is. De wet is alleen nog niet specifiek genoeg over de civiele macht van de platforms. 

En we zouden het niet alleen moeten hebben over de civiele macht van sociale mediaplatforms, maar over de hele ecosystemen of netwerken van platforms. Samen zijn de Big Five (Facebook, Amazon, Google, Microsoft en Apple) de poortwachters voor het hele digitale ecosysteem, zoals app stores, clouddiensten en mediaplatforms. De verwijdering van Parler uit de app stores en de cloud laat zien hoe ver die macht strekt.

Welke alternatieven raadt u aan?
Europa heeft geen grote techbedrijven die zelf sociale medianetwerken aanbieden. Als je geen alternatieven kunt bieden, dan is het ook heel moeilijk om onafhankelijk op te treden. Regelgeving is niet alles. Europa kan daarnaast werken aan publieke alternatieven. Er zijn bijzonder weinig Europese digitale platforms die vanuit publieke waarden zijn ontwikkeld. We hebben bijvoorbeeld wel een sterke publieke omroep, maar geen publieke cloud service. Angela Merkel heeft vorig jaar nog geroepen dat die er moet komen. 



Het digitale ecosysteem krijgt steeds meer een functie die vergelijkbaar is met die van nutsbedrijven, zoals elektriciteit of waterfuncties, die in Europa nog steeds vooral publiek zijn. De Europese ontwikkeling gaat alleen heel langzaam. Dat komt mede omdat de ecosystemen of netwerken zo veelomvattend zijn. Ze vormen een essentiële infrastructuur voor de samenleving, waarbij aan alles tegelijkertijd gedacht moet worden. Waar host je je digitale services, op welk type cloud? Hoe gebruik je de data met oog voor publieke waarden zoals privacy en democratische controle? De uitdaging is vergelijkbaar met het starten van een geheel nieuwe infrastructuur. 

Praat verder: Public Spaces Conferentie – Towards a common internet

Praat en denk op 12 maart 2021 met ons mee over de toekomst van het internet, en hoe we het weer tot een gezonde publieke ruimte kunnen maken. Tijdens de Public Spaces Conferentie organiseert de Public Spaces coalitie een dagprogramma voor professionals uit de publieke sector  en ontwikkelaars die op zoek zijn naar een uitweg uit big tech.

We sluiten de dag af met een talkshow voor iedereen. 

Save the date! Aanmelden kan binnenkort via Waag of via Pakhuis de Zwijger.

Terugkijken: De staat van het internet 2019 - Lezing prof. José van Dijck