Een inclusief nachtleven voor mens en dier

In het holst van de nacht gaat er een nieuwe wereld open op Science Park. Op woensdagavond 13 juli komen veertig mensen samen in de paardenstal van café Polder om te ontdekken wat het belang van duisternis is voor natuur en mens. Hoe kun je een inclusief nachtleven waarborgen voor verschillende dieren en mensen?

Want er staat veel op het spel. Niet voor iedereen die uitgaat is het namelijk vanzelfsprekend dat je wordt toegelaten tot de club, of dat er een veilige ruimte is waar je jezelf kunt zijn ongeacht gender, geaardheid of kleur. En ook voor nachtdieren is het van belang om huisvesting en ‘safe spaces’ te creëren.

Als onderdeel van het project T-factor gaat programmamaker Thieu Custers in gesprek met fotograaf, curator en multidisciplinair artiest Mini Maxwell en ecoloog en bioloog Gido Kuijsten. Daarna treden we de nacht tegemoet tijdens een schemerwandeling, spotten we vleermuizen en bekijken we het effect van tijdelijke huisvesting.

Thieu Custers (l), Mini Maxwell en Gido Kuijsten
V.l.n.r. Thieu Custers, Mini Maxwell en Gido Kuijsten

Het belang van het nachtleven

Mini komt uit Amsterdam en is fotograaf, multidisciplinair artiest en kunstenaar. Hun draagt een paarse pruik en fleurige witte jurk met gekleurde print. Hun oma is hun inspiratiebron: zij organiseerde bij hun thuis altijd performance-avonden voor kinderen. Mini organiseert ook performance-avonden, maar dan voor queers en gelijkgestemden in Amsterdam. (De eerstvolgende editie is op 6 augustus in Muziekgebouw aan het IJ.) ‘Ik ben Queer Landing gaan organiseren omdat ik het idee had dat performance-art nog te weinig gewaardeerd wordt, ook wat uitbetaling betreft.’

Queer is een politieke beweging die racisme, seksisme, heteronormativiteit en kapitalisme bestrijdt. Daarnaast is het een overkoepelende term voor iedereen die zich afzet tegen de hokjesmentaliteit en daarvoor in de plaats fluïde vormen van bijvoorbeeld mannelijkheid en vrouwelijkheid neerzet. De stichting Queer is not a Manifesto, die Mini met journalist en curator Aynouk Tan heeft opgericht, komt ook uit die gedachte voort.

‘Je biedt mensen een podium,’ zegt Thieu in gesprek met Mini. ‘Maar als we hebben over het nachtleven in de breedste zin van het woord, wat brengt het jou dan?’

Het nachtleven en de culturele sector zijn van belang voor onze lichaam en geest, stelt Mini. ‘Als je kijkt naar het begin van de pandemie, waarin alles gesloten was, dan kon je zien wat voor effect dat had op mensen. Tijdens het uitgaan kun je elkaar ontmoeten zonder dat je een afspraak met elkaar hebt gemaakt. Daardoor ontstaat ruimte voor inspiratie en onverwachte ontmoetingen.’

Deelnemers betreden permacultuur-project Anna's Tuin en Ruigte
Deelnemers betreden permacultuur-project Anna's Tuin en Ruigte op Amsterdam Science Park

ClubEthics trainingen

Mini benadrukt het belang van deurbeleid, mits het goed wordt gedaan. ‘Het is indirect racisme om mensen in trainingspak te weigeren. Ik vind het ook geen goed deurbeleid om te vragen aan mensen welke DJ er draait, of het iets is voor jou en of je weet wie er twee weken geleden draaide. Daarmee ontneem je mensen de mogelijkheid om verrast te worden en pas als binnen te beseffen: eigenlijk houd ik van die muziek!.’

Een van de learnings is dus: als je zelf events organiseert, houd dan rekening met deurbeleid. Mini memoreert Lorenzo een uitsmijter bij Studio 80 (inmiddels gesloten, red.). ‘Hij was in het thema van het feest gekleed en droeg ook een beveiligings-V’tje. Dat vond ik echt te gek. Dat soort mensen mogen aan de deur staan, maar mensen die niet weten waar het om gaat liever niet.’

Want: ‘Als je voortuin er niet uitziet, zal je huis er ook wel niet uitzien. Als de persoon aan de deur vreselijk is, dan kom je ook met een vreselijk gevoel binnen.’ Mini gelooft meer in de host-functie in plaats van een uitsmijter-functie. ‘In plaats van een ondervraging legt iemand je bijvoorbeeld uit dat het een queer plek is en dat je als hetero in die zin te gast bent.’

Thieu noemt ook ClubEthics, een initiatief van Stichting N8BM A’DAM om het Amsterdamse nachtleven inclusiever te maken. Zij bieden clubpersoneel trainingen voor veiligheid en inclusiviteit op de dansvloer. Belangrijk is dat je als bezoeker weet waar je terecht kunt als er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. Maar ook, dat het personeel is getraind om signalen tijdig te herkennen en aan de deur te verhinderen dat mensen binnenkomen die veiligheid en inclusie in de weg staan. Mini is hoopvol dat dit soort initiatieven helpt.

Rest de vraag wat de ongekroonde queen of the night op haar uitgaansagenda heeft staan. Mini somt op: ‘Julidans is gaande en daar zijn veel queer performances, zoals Destination van ITA, bij de Melkweg. Op 23 juli wordt Queer Network Amsterdam gelanceerd in de Tolhuistuin. Je kunt naar Spielraum in Lofi. En ik zou ook buiten Amsterdam denken. Blijf niet binnen de ring! Verbreed je horizon en denk in termen van wij in plaats van mij.’

SP
Gido stelt vast dat deze vleermuiskast lang leegstaat

Raven is leven(?)
De volgende spreker is ecoloog en bioloog Gido Kuijsten. Een jongeman met hip kapsel en dito bril: niet je stereotype stoffige ecoloog. Hij vertelt wat we zo dadelijk op Science Park kunnen aantreffen: steenuilen, nachtvlinders, vossen, kikkers, padden en natuurlijk vleermuizen.

De laatste tijd worden er raves op het Science Park georganiseerd. ‘Hebben vleermuizen daar last van?’ vraagt Thieu. Gido legt uit dat sommige soorten gevoelig voor geluid. ‘De grootoorvleermuis bijvoorbeeld luistert naar het geluid wat zijn prooi maakt. Daar komt nauwkeuriger luisteren bij kijken en een rave verstoort dat. Andere vleermuissoorten zenden hunecholocaties en pulsgeluiden op een andere frequentie uit dan de bass-frequentie van een rave. Zij zullen er dus geen last van hebben.’

Wat betreft lichtvervuiling voor nachtdieren zijn er verschillende theorieën. Licht trekt insecten aan, wat het makkelijker maakt voor vleermuizen om hun prooi te vangen. Soorten als de meer- en watervleermuis zijn daarentegen juist lichtschuw: ‘dat heeft te maken met gezien worden door eventuele roofdieren.’

SP4
Met zijn batdetector kan Gido aflezen welke vleermuissoort we zien

Gido heeft zijn batdetector bij zich, een gevoelig microfoontje dat hij aansluit op zijn telefoon en die werkt met een app. ‘Daarmee kun je vleermuizen horen tikken. Het wordt versterkt en vertraagd afgespeeld via mijn telefoon.’ Het getik dat vleermuizen uitzenden, weerkaatst op hun omgeving. De lengte van de echo van het getik vertelt hen de afstand. En zo navigeren ze door de ruimte heen.

‘Ook kan ik hiermee de frequentie zien, waaraan ik kan aflezen welke vleermuissoort soort het is,’ vervolgd Gido. We moeten in een bereik van twintig meter met een vleermuis komen, wil de batdetector vleermuizen getik oppikken.

Flatteuze schemering

Gewapend met Gido’s batdetector stappen we de paardenstal uit en een prachtige avond in. De hemel kleurt roze terwijl het langzaam begint te schemeren. We betreden Anna’s Tuin en Ruigte, een wild begroeide tuin die veel deelnemers verrast: ‘ik ben hier nog nooit geweest!’

SP4
Schemerwandeling op Science Park

Rosalie Bak, Waags conceptontwikkelaar, vertelt over de groep studenten en vrijwilligers die dit permacultuur-project begonnen op een stuk grond van de Gemeente Amsterdam. ‘Naar buiten toe wordt het gereguleerd en erbinnen wordt het wild gehouden. Zo creëren ze wilde borders waar dieren en ander leven zich beschermd weet.

Als we stilstaan bij een open plek, wil Thieu weten waarom sommige dieren eigenlijk een nachtritme hebben opgebouwd. Gido: ‘als veel predatoren overdag actief zijn, ben je ‘s nachts veiliger. De lage temperaturen kunnen ook gunstiger zijn. Kikkers hebben in de schemering veel koor-activiteit om een partner te trekken. ‘Net als mensen, die gaan daar ook in de schemering op uit,’ mijmert Thieu, ‘dan ziet iedereen er flatteuzer uit.’

Dracula

Bij een gebouw kijkt Gido met zijn zaklamp of er spleten en gaten in de façade zitten. Hij vertelt dat veel nieuwe gebouwen van glas gemaakt zijn, wat niet geschikt is voor gierzwaluwen en vleermuizen. ‘Waar ik vooral op let, is of er gaten in de bakstenen zitten. De dwergvleermuis past in een luciferdoosje en is zo zwaar als een suikerklontje. Bij gaten zo groot als een pink kunnen er vleermuizen in wonen.’

SP5
In dit gebouw zitten genoeg gleuven voor een vleermuis om in te nestelen

Vleermuizen vliegen bij het vallen van de avond uit. Voor de vleermuissoort genaamd ‘laatvlieger’ zijn we te vroeg, want de naam zegt het al: die vliegt later uit. Als de zon opkomt rond half 6 dan kun je vleermuizen vaak beter zien, aldus Gido. ‘Bij het invliegen tikken ze de muur van het huis aan en dan kun je heel exact lokaliseren waar ze naar binnen gaan.’

Als we stilstaan tussen de UvA-gebouwen en Gido zijn batdetector tevoorschijn haalt, spotten we zowaar enkele vleermuizen! Het is prachtig om ze voorbij te zien flitsen in hun grillige dans om te fourageren (op zoek gaan naar eten). Het getik is goed hoorbaar met Gido’s batdetector. Iemand vraagt of ze hondsdolheid kan oplopen als een vleermuis tegen haar zou opvliegen, maar Gido stelt haar gerust dat dat waarschijnlijk niet zal gebeuren. ‘Vleermuizen zijn niet eng. Die negatieve beeldvorming komt waarschijnlijk door Bram Stokers’ boek Dracula.’

Tijdelijke huisvesting

Hoe kan een inclusief stadsleven voor zowel mens als dier worden gewaarborgd? Een opvallende overeenkomst tussen menselijk- en dierlijk nachtleven is het probleem van tijdelijke huisvesting. Zo worden er vleermuiskasten opgehangen omdat ze in de gladde façades van nieuwe gebouwen niet meer kunnen nestelen. Een soort vogelhuisjes, maar dan voor vleermuizen. Een jong stel dat mee op pad is heeft een vleermuiskast hangen bij hun nieuwbouwhuis, maar: ‘we zien daar nooit een vleermuis.’

De vleermuiskast waar we op Science Park bij stilstaan is volgens Gido bij nadere inspectie ook al heel lang onbewoond. Het voelt meer als symboolpolitiek, een manier om ons geweten af te kopen. ‘Veel soorten willen bewegen in de spouwmuren om ruimtes te zoeken waar meer of minder warmte is, dankzij de verwarmingsbuizen. Die ruimte hebben ze niet in een hokje. Dus als ze iets te kiezen hebben, gaan ze liever in de muur zitten. Zo’n kastje is dus niet helemaal hetzelfde,’ aldus Gido.

Ook het meer experimentele, queer nachtleven moet het vaak van tijdelijke huisvesting hebben. ‘Clubs worden naar de randen van de stad geduwd als vorm van gentrificatie, zodat mensen daar huizen gaan kopen. Vervolgens wordt alles duurder en dan mogen de creatieven vertrekken,’ zegt Mini daarover. ‘Het is daarbij wel belangrijk dat die clubs er ook zijn voor de buurtbewoners. Zo werd er bij De School gediscrimineerd aan de deur, waarbij vooral buurtbewoners werden geweigerd.’

Mini hoopt dat de gemeente het nachtleven als fundamenteel erfgoed gaat beschouwen. ‘Waarom kan de Nationale Opera wel in het midden van het centrum zitten, maar experimentele nachtclubs niet?’ Zoveel wordt duidelijk: een rijk nachtleven voor mens en dier vraagt om duurzame huisvesting.

De Groene Maakplaats

De Groene Maakplaats is onderdeel van het project T-Factor. Hoe kunnen we stads-initiatieven creëren op een inclusieve manier en voor een verscheidenheid aan levensvormen, zoals mensen, planten, dieren en microben? De aankomende twee jaar onderzoekt Waag met het EU-project T-Factor deze en meer vragen over tussentijdse initiatieven op het Amsterdam Science Park. De eerstvolgende editie is op 31 augustus: kijk naar de Wood Wide Web workshop en meld je aan.  

Gepubliceerd

Auteur

Tonya Sudiono

Links

project

EU official flag

This project has received funding from the European Commission under the H2020-SC5-20-2019 call under Grant Agreement number 868887.