Het rebound-effect van 5G

Author
Socrates Schouten

Het ‘rebound-effect’: binnen duurzaamheid staat dit bekend als het effect waarbij je je slimme verwarming langer aan laat staan, omdat hij toch al zuinig is. Daardoor verbruik je uiteindelijk evenveel energie als met je oude, niet-zuinige verwarming. Maar ook binnen de discussie over 5G is het rebound-effect, meer dan de ophef over ongezonde straling, reden om het enthousiasme te temperen. Moeten we ons wel vol enthousiasme in 5G storten, zonder na te denken over de manieren waarop we in de toekomst gebruik moeten maken van onze internetverbindingen? Een mini-essay van Socrates Schouten.

Het rebound-effect: voor sommigen is dat de situatie waarin het uit is met je vriend of vriendin en je gelijk met een nieuwe m/v staat te flirten, geschraagd door een gevoelige mix van vergelding en projectie. Maar in de milieukunde staat het rebound-effect voor een ander patroon, dat hardnekkiger en permanenter is: gewonnen efficiency die teniet wordt gedaan door hogere consumptie van een goed - zoals het langer aan laten staan van je zuinige verwarming. Dit rebound-effect kunnen we niet alleen in milieukundig maar ook in bestuurlijk opzicht verwachten bij de uitrol van supersnel internet: de beruchte 5G-technologie.

Wat is er aan de hand met het rebound-effect en waarom kan zich dat ook ‘bestuurlijk’ voordoen? Dat vergt uitleg. 

Het rebound-effect werd eerst bekend als de ‘Jevons Paradox’. De econoom William Jevons merkte in zijn boek The Coal Question uit 1865 op dat de uitvinding van een efficiëntere stoommachine betekende dat er niet minder, maar méér kolen zouden worden verstookt. Het gebruik van kolen en stoomkracht werd immers economisch aantrekkelijk voor vele nieuwe toepassingen naast het leegpompen van kolenmijnen. Dit leidde uiteindelijk tot een grotere vraag naar kolen en een veel groter kolenverbruik. Volgens Jevons was het denkfout ‘om te veronderstellen dat het zuinige gebruik van brandstof gelijk staat aan een verminderd verbruik: het tegendeel is waar.’

'Wie een hamer heeft, ziet overal spijkers.'

Sindsdien is het rebound-effect op tal van plekken in de economie teruggevonden. Mensen met een ledlamp of waterbesparende douchekop zetten de lamp en de douche langer aan - ze zijn toch zuinig? En zoals Jevons omschreef gaat deze vlieger ook op groepsniveau op: als iedereen hybride gaat rijden, wordt benzine goedkoper en kan de vraag naar benzine oplopen – in andere sectoren van de economie, maar ook door meer te gaan rijden, omdat het minder kost dan eerst. En de beschikbaarheid van deelauto’s lijkt eerder tot meer autokilometers en congestie te leiden, dan tot minder.

Niet alleen het milieu heeft last van het mechanisme van de rebound bij consumenten en in industrieën. Het effect dat een hoegenaamd efficiënte technologie een sterk toegenomen gebruik van die technologie in de hand werkt, speelt vrijwel overal. Zeker de huidige generatie ‘slimme’ technologie, zoals algoritmen en 5G, hebben hiermee te kampen. De verwachtingen rondom de prestaties van slimme systemen worden nog altijd hoog ingeschat. Niet zelden wordt een ambtenaar verleid te denken dat een technische, geautomatiseerde ingreep tot efficiëntie en dus minder werk leidt.

Misschien hebben we het over een belastingambtenaar die de rechtmatigheid van uitkeringen moet controleren en daarbij zijn toevlucht neemt tot een zelflerend algoritme. Ineens opent zich een heel veld aan nieuwe mogelijkheden. Wie een hamer heeft, ziet immers overal spijkers. Maar efficiëntiewinsten die worden geboekt door slimmer besturen worden vaak teniet gedaan door de controles die moeten plaatsvinden op die systemen. Er worden namelijk zat fouten gemaakt, omdat systemen worden gevoed door incomplete en/of gekleurde informatie. Het wordt er voor de meeste deelnemers ook vaak niet overzichtelijker op: hoe is deze beslissing van het zelflerend algoritme tot stand gekomen? Zowel de ambtenaar als de getroffen burger moeten het antwoord doorgaans schuldig blijven, totdat het IT-bedrijf uit de sluimer is gewekt – of totdat een parlementaire enquête heeft plaatsgevonden. 

'Wat efficiënt lijkt, blijkt vooral tot hoge kosten en oncontroleerbare uitkomsten te leiden.'

Zoals schone technologie per saldo tot meer vervuiling kan leiden, kan slimme technologie per saldo tot meer complexiteit en meer ‘gedoe’ leiden. Wat efficiënt lijkt, blijkt (vooral elders) tot hoge kosten en oncontroleerbare uitkomsten te leiden.

En 5G dan? Dit supersnelle internet klinkt natuurlijk te mooi om waar te zijn. De vraag is wel waar we het precies voor nodig hebben. Thuis hebben we immers al WiFi en op de fiets mag je geen smartphone gebruiken, laat staan super HD-films streamen. De business case voor 5G wordt onderbouwd met een verbeelding die niet verder komt dan een artist impressions van een stad met zelfrijdende auto’s, operaties op afstand en een druk zoemend Internet of Things. 

Misschien zijn die zichzelf aansturende apparaten nog best leuk en handig. Maar tegen welke kosten halen we ze binnen – tegen welke verborgen kosten en bestuurlijke ‘rebounds’?

Een deel van de kosten zit in het gebruik van energie en materialen. Alleen al de daadwerkelijke energieprestatie van 5G is een discussie op zich. Labtests wijzen weliswaar uit dat 5G vijfhonderd keer efficiënter is dan 4G. Maar doordat zich nieuwe toepassingen voordoen en ook de context waarbinnen die toepassingen plaatsvinden wezenlijk verandert, snijdt een ceteris paribus prestatieberekening geen hout meer. Efficiëntie is daarmee moeilijk te bepalen. 

De reden om 5G in te voeren is niet om dingen efficiënter te doen, maar om veel meer data te kunnen rondpompen. Ruwe schattingen gaan uit van honderd tot duizend keer meer dataverkeer. Maar of het bij een duizendvoud blijft is te betwijfelen: denk terug aan Jevons’ kolenparadox en de vlucht die ons datagebruik al heeft genomen tussen Twitter en Tiktok, en het wordt eerder ‘giga’ dan ‘mega’. 

'In zo’n datagedreven, hyperconnected spiegelpaleis lijkt alles te kunnen en moet dit uit monde van innovatie en het terugverdienen van investeringen ook gebeuren.'

Behalve energiegebruik legt 5G ook een grote, nog niet goed becijferde claim op materialen: elke honderdvijftig meter een antenne, en daartegenover een rijkelijk van camera’s en sensoren voorzien ‘internet van dingen’ – de producenten van gallium, silicium en lithium wrijven zich alvast in de handen.

Maar dat is niet eens het grootste issue. Het probleem is het type samenleving waar we naartoe werken als 5G overal in de ether hangt en er overal data van- en naar kan worden rondgepompt. Om de investering (van geld, maar ook van politiek profiel en van energie en grondstoffen) te legitimeren, moet de smart city die behalve auto’s ook stadsbewoners analyseert en stuurt er wel komen. In zo’n datagedreven, hyperconnected spiegelpaleis lijkt alles te kunnen en moet dit uit monde van innovatie en het terugverdienen van investeringen ook gebeuren – totdat het geheel uiteindelijk dan alleen maar complexer, oncontroleerbaarder en energieverslindender blijkt te zijn geworden.

Dit argument is natuurlijk niet nieuw. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum schreef al in 2011: 

‘De neiging om een maatregel bedoeld als oplossing voor een bepaald probleem ook toe te passen op een ander probleem – zelfs als niet vaststaat dat het gekozen middel überhaupt werkt – is heel sterk in politieke- en beleidskringen. Er kunnen drie factoren worden onderscheiden die ertoe leiden dat onbewezen ‘oplossingen’ centraal komen te staan en een panacee worden voor een waaier aan problemen. Ten eerste is er voor politici de druk om bestuurlijke daadkracht te tonen en met een concrete maatregel de media te halen; ten tweede is er vaak zoveel energie gestoken in een bepaalde oplossing dat er een punt van no return is bereikt; en ten derde spelen er ook andere, financiële belangen bij de keuze voor een bepaalde beleidsmaatregel.’ 

De mogelijke financiële belangen die spelen rondom de aanleg van 5G vallen buiten het bestek van dit artikel, maar het mag duidelijk zijn dat een in wezen publieke investering zoals 5G gepaard gaat met diverse publieke risico’s. Laten we daarom de zonnige aannames rondom 5G bevragen op basis van jarenlange ervaringen met nieuwe technologie. Lost 5G meer problemen op dan dat het nieuwe issues introduceert? En hoeveel kunnen we verwachten te gaan rebounden in de allersmartste city? Of is het eigenlijk veel ‘smarter’ om eerst eens in onze huidige relatie met technologie investeren en een echt zuinige en echt bestuurbare stad te ontwerpen?
 

Over de auteur