Meten en weten

Op 13 mei 2014 hadden we in het kader van het Smart Citizen project in Amsterdam Hans Berkhout van het RIVM op bezoek. Een zeer informatieve avond over meten, meetwaarden en meetresultaten vergelijken, met een voor sommigen wellicht ontnuchterende boodschap over de gassensor in de Smart Citizen Kit.

Hans Berkhout houdt zich bezig met de validatie van de officiële meetgegevens die komen uit het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Tijdens zijn presentatie 'Pieken en dalen' ging hij onder andere in op het ontstaan van het meetnetwerk, de regel- en wetgeving (EU en nationaal) en gaf een aantal praktijkvoorbeelden van opmerkelijke meetresultaten en wat daar zoal aan ten grondslag kan liggen.

De zaal was uiteraard met name geïnteresseerd in de betekenis van de meetresultaten van de Smart Citizen Kit (SCK). Op dit vlak was de boodschap van Berkhout duidelijk: de industriële gassensor die gebruikt wordt voor het meten van CO/NO2 is eigenlijk niet voor dit doel geschikt, omdat gemiddelde niveau's van deze gassen in de stad onder het bereik van de sensor blijven. De sensor zou bijvoorbeeld wel gebruikt worden om te hoge concentraties in schoorstenen of uitlaten te registreren, maar niet zozeer om de buitenlucht te monitoren.

We kunnen hierbij even iets dieper op deze (tamelijk ingewikkelde) materie ingaan. De grenswaarden voor NO2 in de buitenlucht voor de mens (uit: Compendium voor de Leefomgeving) zijn als volgt vastgesteld: jaargemiddelde 40-60 µg/m3, uurgemiddelde 200 µg/m3 en piekwaarden van 400 µg/m3. De sensor in de SCK heeft een meetbereik van 0.05-10 ppm. De onderwaarde van 0.05 ppm NO2 is gelijk aan 0.101 mg/m3, oftewel 101 µg/m3. Deze sensor zal dus alleen de piekwaarden kunnen registreren, het jaargemiddelde blijft onder het bereik van de sensor.

Voor CO ligt de grenswaarde in de buitenlucht voor de mens (hoogste voortschrijdend 8-uurgemiddelde) op 10.000 µg/m3. De SCK-sensor heeft een bereik van 1-1000 ppm. De waarde van 1 ppm CO komt overeen met 1.23 mg/m3, oftewel 1.230 µg/m3. De gemiddelde meetwaarden van de straatstations (RIVM/GGD - deze staan midden op straat bij druk verkeer) dalen al enige jaren en liggen inmiddels tussen de 2.000 en 3.000 µg/m3.

Hierbij is het belangrijk te weten dat de SCK-sensors een weerstandswaarde aangeven, gemeten in kΩ. Deze waarde laat zich niet direct omrekenen naar ppm of µg/m3. De weerstandswaarden voor CO zijn omgekeerd evenredig (een lagere waarde betekent meer CO in de lucht), terwijl bij die voor NO2 geldt dat ze evenredig zijn, dus hoe hoger hoe meer gemeten NO2 en het betreffen dus beide indicatieve waarden.