Rapport relatie biokunst en genetische modificatie

De Commissie Genetische modificatie (COGEM) heeft een rapport uitgebracht over gebruik van genetisch gemodificeerde organismen in tentoonstellingen. Het rapport is verschenen naar aanleiding van kunstwerken van C-Lab (Howard Boland en Laura Cinti) en van Adam Zaretsky die zijn gemaakt in het kader van twee projecten die door Waag zijn geïnitieerd en georganiseerd, namelijk de Designers and Artists for Designers Award - nu, Bio Art & Design Award - en Studiolab Utopian Practices (samenwerkingen met Netherlands Genomics Initiative, Leiden University en BioSolar Cells).

Interessant aan het rapport is dat het signaleert dat indien voor het artistiek gebruik van GMO's in tentoonstellingen de wet wordt aangepast, dat ook neveneffecten heeft voor wetenschap en industrie. Derhalve doet COGEM een beroep op zelfregulering door een eigen ethical code of conduct van musea en expositie-instellingen, indien GMO's voorkomen in de tentoon te stellen kunstwerken. Onderstaand het begeleidende persbericht bij de publicatie van het rapport:

"Het gebruik van genetische modificatie in kunstprojecten en tentoonstellingen is een nieuwe trend. Deze toepassingen worden altijd beoordeeld op milieurisico’s. Sommige biokunstprojecten roepen echter ook vragen op over wenselijkheid en toelaatbaarheid. Deze worden echter niet in alle gevallen ethisch getoetst. Aanpassing van de regelgeving heeft echter ook consequenties voor andere toepassingen zoals in de wetenschap.

Biokunst is een kunststroming waarbij biologische (levende) materialen worden gebruikt, bewerkt en tentoongesteld. De toepassingen zijn divers en variëren van conceptuele projecten en de visualisatie van DNA en body art, tot het gebruik van delen van of volledige organismen. Deze kunststroming en fascinatie van kunstenaars voor levende materialen is niet nieuw, maar het gebruik van genetische modificatie wel. 

In het rapport 'Ggo’s te kijk gezet. Het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen in tentoonstellingen' gaat de COGEM in op de achtergrond en diversiteit van het fenomeen biokunst en de toepassing van genetische modificatie in tentoonstellingen. Daarnaast identificeert zij verschillende aspecten die een rol spelen in de maatschappelijke discussie over dit onderwerp. De reacties op tentoonstellingen met biologische materialen zijn gemengd, variërend van interesse en nieuwsgierigheid tot bezwaren tegen het gebruik of genetisch aanpassen van organismen. Vooral het gebruik van levende dieren of embryo’s bij tentoonstellingen roept maatschappelijke vragen op.

Het gebruik van genetische modificatie in tentoonstellingen valt onder de geldende wet- en regelgeving en wordt beoordeeld op milieurisico’s. Voor genetische modificatie bij dieren geldt daarnaast een ethische toetsing en voor het tentoonstellen van dieren in het algemeen gelden regels die het welzijn en de gezondheid van dieren waarborgen. In het rapport wordt een gecombineerde toepassing van een ggo met dierlijke embryo’s geïdentificeerd die wel wordt beoordeeld op milieurisico’s maar die niet aanvullend wordt getoetst op wenselijkheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Gezien de verschillende visies op de beschermwaardigheid van levende organismen, roept deze toepassing maatschappelijke vragen op. De COGEM signaleert echter dat aanpassing van wetten om aanvullende ethische toetsing mogelijk te maken, ook onbedoelde neveneffecten kan hebben voor wetenschap en industrie."

Het rapport kan hier worden gedownload.

Eerder bracht COGEM een studie uit naar DIY Bio, mede geschreven door Pieter van Boheemen van Waag's Open Wetlab.