Spelbreker #8: Open kennis voor en door de stad

Wat als we niet langer de groei van de economie als einddoel nemen, maar bijvoorbeeld solidariteit, circulariteit of de verzekering dat we in 2090 nog zuurstof kunnen happen? Met andere woorden: wat als we de regels van het spel veranderen?

In de blogserie Spelbrekers gaan we in gesprek met kunstenaars, muzikanten en wereldverbeteraars die het anders doen. We vragen hen: welke nieuwe spelregels zijn er nodig voor een open, eerlijke en inclusieve toekomst? Vandaag spreken we Harmen Zijp en Sandra Sijbrandij. Harmen is kunstenaar en zelfstandig onderzoeker. Sandra is projectleider SamenDuurzaam bij de gemeente Amersfoort. Zij werken al zeven jaar samen, onder andere in het burgermeetnet Meet je Stad. Met hun werk experimenteren ze hoe overheid en bewoners samen open kennis kunnen opbouwen en hoe die samenwerking er uitziet.

Hoe zouden jullie jezelf introduceren?

Harmen: ‘dat ligt eraan aan wie ik me voorstel. Voor sommige mensen is het interessant om te weten dat ik scheikunde heb gestudeerd. Voor anderen is het handig om te weten dat ik als kunstenaar actief ben. Of dat ik interesse en inmiddels enige ervaring heb met het werken met gemeenschappen en open technologie. Het is allemaal waar. Al die aspecten hebben wel wat te maken met wie ik ben en wat ik doe, maar daar heb ik niet een woord voor, of makkelijke introductie.’

Sandra: ‘ik heb tien jaar in de tropen gewerkt als ontwikkelingswerker. En nu werk ik ruim vijftien jaar bij de gemeente Amersfoort als projectleider SamenDuurzaam. Daarmee ben ik eigenlijk een soort ontwikkelingswerker in Nederland. Zelf neem ik bewust de plek in dat ik niet de kennis in huis heb of de keuzes maak, ik zorg ervoor dat ik anderen faciliteer en in de positie breng dat zij dit kunnen doen. Daarbij werk ik altijd met netwerken en stuur ik op energie. Daarnaast beoefen ik zenmeditatie. En dat helpt mij om niet te willen sturen en plannen, maar te vertrouwen op wat er vanuit het netwerk ontstaat.

Wat zijn volgens jullie de regels van het huidige systeem?

Harmen: ‘ik denk dat de grens van het eindeloos groeien wel in zicht komt en dat we nu heel hardhandig aan het leren zijn dat we het echt anders moeten doen. Voor mij ben je in het huidige systeem consument of werknemer. Daar hoort niet bij dat je zelf initiatief neemt. Kennis komt uit een universiteit, van een expert, en het vertrouwen in die kennis is gebaseerd op een certificaat. Maar als je als ouder een buurtspeeltuin wil beginnen, dan wil je toch gewoon een gesprek met iemand hebben en niet alleen een certificaat te zien krijgen?

Bij Meet je Stad zijn we heel open aan het experimenteren met kennisontwikkeling tussen verschillende partijen in de maatschappij: overheid, instituten, inwoners. Bedrijven nog niet helemaal. Die zijn nog het verst meegezogen in het frame van consument en producent. Ze drijven op verdienmodellen van exclusiviteit en geheimhouding. Het kan best anders, je kunt ook prima verdienen met service of open techniek.

In het begin van Meet je Stad heb ik wel gesprekken gehad met commerciële partijen. Daar had ik wel een paar voorwaarden bij: alle hardware en software wordt open, alle data worden open. En met onze community schroeven we ter plekke je meetapparaat uit elkaar om te kijken waar ze hackbaar zijn, zodat we verbeteringen kunnen aanbrengen. Nou, dat was meteen einde oefening. De commerciële partij zag dat absoluut niet zitten.’

Wat werkt er nu niet aan deze regels? En waarom?

Sandra: 'vergeleken met twintig jaar geleden is er nu meer wantrouwen. Mensen en overheid vertrouwen elkaar over en weer steeds minder. Je moet met elkaar juist het gesprek aan gaan. Als je een dialoog met elkaar kunt voeren: wat zijn we aan het meten, en wat betekent dit voor onze stad? Dan kom je weer wat dichter bij elkaar. Iedere bewoner die meet is betrokken bij zijn omgeving. 

Als ik kijk naar de manier waarop een gemeente werkt, dan is dat vooral sturend op uitkomst: wat heeft het opgeleverd, wat heeft het gekost, wat zijn de resultaten? En dat is natuurlijk belangrijk, maar voor Meet je Stad had ik daar zeker in het begin helemaal geen antwoord op. Alles wat zoekend is, en nog niet meetbaar en niet afrekenbaar, is in een gemeentelijk systeem best lastig.

Gelukkig zijn er genoeg ambtenaren die anders willen werken. Ik ben altijd gesteund om door te gaan, maar nog altijd met een lichte kramp in mijn buik. Want je zit in een hele omgeving waar het gaat om jaarbegrotingen, KPI’s et cetera, en ik moet het juist hebben van het inspireren, van de verhalen, het persoonlijke. Voor Meet je Stad kon ik niet vertellen wat voor onderzoek we zouden gaan doen, wie dat zouden gaan doen, of wat het zou gaan opleveren. Maar ik geloofde heel erg in de kracht van de stad en de bewoners. Ga eens kijken wat er aan kennis zit en laat het gebeuren. En die ruimte kreeg ik.’ 

Harmen: ‘sinds het begin van Meet je Stad worden we overrompeld door onderzoekers die dit komen bestuderen en allemaal kennis extraheren uit de groep bewoners. Daar worden vervolgens wetenschappelijke artikelen over geschreven die achter een paywall verdwijnen. Dat is precies niet hoe het zou moeten. Wat we juist proberen te doen is door samenwerkingen met overheden, inwoners, instituten kijken waar we elkaar kunnen vinden in productie van kennis. Wat we met Meet je Stad doen is daarin vingeroefeningen opzetten: kleine experimenten waar we steeds iets van leren. Maar in het groot geldt dit voor alle publiek-privaat-civiele-samenwerkingen. We proberen nieuwe vormen van samenwerkingen met elkaar aan te gaan.’

'Inmiddels wordt er op zeshonderd plekken in vier steden en twee landen gemeten.'

Hoe zetten jullie je in je werk in voor een alternatief voor het huidige systeem?

Harmen: ‘Meet je Stad begon ooit met het starten van de coöperatieve universiteit Amersfoort. De gedachte erachter was om niet een klassieke universiteit te beginnen, maar ons te richten op zelfstandige- en hobby-onderzoekers. We wilden een plek voor onderzoek en kennisdeling opzetten die is afgeleid van de oude coöperatie: als je met elkaar een lab kunt inrichten, kun je daar samen gebruik van maken. Hoe zou dat eruitzien? 

Zo zijn we met een groep geïnteresseerden open-source meetstations voor het meten van de luchtkwaliteit gaan ontwikkelen. Hoe dat moet hebben we open beschikbaar gemaakt. Zo kunnen beginners in drie uur tijd zonder enige voorkennis zo’n meetstation in elkaar zetten. Het traject ging heel langzaam en we zijn heel open geweest: we gaan iets nieuws doen, en wij weten ook nog niet hoe het moet. Dat is heel belangrijk, om te benoemen dat het ook soms ongemakkelijk en moeilijk zal worden. En juist ook de uitnodiging te geven: neem initiatief en denk mee hoe we ons zelf kunnen organiseren. Het heeft zich steeds verder ontwikkeld. Er kwamen nieuwe mensen in de groep, nieuwe kennis. Dat heeft ertoe geleid dat er inmiddels op zeshonderd plekken in vier steden en twee landen wordt gemeten. 

Sandra: ‘we hebben ons als gemeente het eerste half jaar heel erg afzijdig gehouden, juist om zelforganisatie de ruimte te bieden. Nu spreken Harmen en ik elke drie weken af. Dat is niet om KPI’s door te nemen, maar juist een gesprek zonder agenda. We experimenteren met nieuwe, community-gedreven samenwerkingsvormen. Ik zie om me heen dat collega’s het enerzijds heel interessant vinden, maar toch ook nog steeds heel spannend. Ik krijg er vaak vragen over, zoals: hoe doe je dat, een netwerk op bouwen en er onderdeel van zijn? Wat is je rol als overheid in het netwerk? Kunnen wij onze modellen ook aanscherpen met burgerwetenschapsdata? De waarde wordt echt wel gezien.’

Harmen: ‘op het gebied van data-analyse zijn we nog niet waar we zouden willen. Want het is verschrikkelijk moeilijk om van de metingen chocola te maken. Maar we zijn heel ver als het gaat om open data en open hardware. Hoe kunnen burgerwetenschapsdata ingezet worden in beleid? Dat is echt een nieuwe vraag. Het is belangrijk dat we duidelijk blijven over de motieven van inwoners om mee te doen. Zij hebben zelf ook ideeën en willen niet alleen maar data verzamelen. Mensen die dit in hun vrije tijd doen, worden niet gedreven door salaris of status, maar juist vooral door hun eigen energie, hun nieuwsgierigheid, en de sociale gemeenschap waar je je thuis bij voelt. Allemaal heel andere factoren die je moet begrijpen. En waarvan je als overheid niet moet zeggen: ik wil dit meten en dit is het plan van aanpak.’

Sandra: ‘de projecten waar ik aan werk gaan altijd anders dan ik had gedacht, en tegelijk: zo hoort het dan kennelijk. Het zijn niet zozeer projecten, als meer netwerken waarbinnen ik werk. Wat voor mij het belangrijkste is: zie ik dat de energie erin wordt gestoken die we afgesproken hebben? Misschien gebeurt er wel heel iets anders dan dat ik verwacht had, maar dat is niet erg. Of mensen doen heel erg hun best maar dan kan het gewoon niet. Je moet er als overheid rekening mee houden dat het soms ook een tijdje stroef kan lopen. Kijk er op een menselijke manier naar, dat is echt heel belangrijk. En soms werken dingen gewoon niet.’

'Ik zou graag zien dat er binnen overheidsprojecten vrije speelruimte wordt gecreëerd, waarin netwerken kunnen zoeken naar de beste oplossingen voor complexe vraagstukken - zonder dat er vooraf resultaten en gedetailleerde doelen benoemd worden.'

Stel: je mag de regels voor samenwerking tussen overheid en maatschappelijke initiatieven opnieuw bepalen. Wat zouden jullie dan veranderen?

Harmen: ‘we bewegen nu bij Meet je Stad richting een abonnementsvorm voor lokale overheden, zodat de financiële basis die nodig is om het meetnetwerk draaiend te houden en kennis op te bouwen er altijd is. Daarnaast wordt dat aangevuld met eigen inkomsten uit bijvoorbeeld de verkoop van open hardware. We vragen projectsubsidies aan voor het uitbreiden en innoveren van de techniek. Daarmee kunnen we de continuïteit bieden die zo belangrijk is om door te kunnen gaan en kunnen we heel specifiek gaan kijken waar de energie zit om verder te ontwikkelen. Vervolgens plannen we stappen in voor die verdere ontwikkeling. Zo houden we een goede basis en ben je tegelijkertijd flexibel.’ 

Sandra: ‘ik zou graag zien dat de overheid meer ruimte biedt om niet projectmatig te werken. Dat een deel van het budget ingezet wordt om vrije speelruimte te creëren, waarin netwerken van bewoners, overheid, wetenschap en bedrijfsleven samen kunnen zoeken naar de beste oplossingen voor complexe vraagstukken. Zonder dat er vooraf resultaten en gedetailleerde doelen benoemd worden. Want anders kom je nooit tot innovatie. Ik ben nog geen enkele subsidieverstrekker tegengekomen die dat aandurft: ‘hier is geld, neem ons mee in jullie zoektocht! Waar loop je tegen aan? Wat lukt? Waar zie je nog meer kansen?' Vrij kunnen zoeken: ik geloof daar erg in. 

Binnen de gemeente krijg ik de ruimte. Mijn ervaring is dat uit die vrije speelruimte activiteiten ontstaan die je vaak na een jaar of vijf op kunt schalen en onder kunt brengen in een meer formele vorm. En belangrijker nog, er ontstaat een netwerk van betrokken partijen, waarbinnen open en in vertrouwen samen gezocht wordt naar mogelijkheden en ieders eigen kwaliteiten worden benut. 

Meet je Stad heeft daarnaast drie regels waar je op kunt terugvallen op het moment dat je iets wilt veranderen:

  1. Is het echt nodig dat er iets moet veranderen, of komt je ongemak voort uit gewoonte of traditie?
  2. Als het echt moet veranderen: kun je het zelf? Neem dan initiatief.
  3. Kun je het niet zelf? Doe het dan samen.

Die eerste vraag is zo belangrijk: is mijn probleem echt een probleem? Vanaf daar kijk je: waar komt het vandaan dat het een probleem is? De eerste vraag is heel persoonlijk: waarom vind ik dit een probleem? Anders ga je er niet zelf mee aan de slag.’

Harmen: ‘een heel klein voorbeeld daarvan is het koffiezetten tijdens onze Meet je Stad-bijeenkomsten. Als iemand vraagt om koffie, dan laat ik zien hoe de koffiemachine werkt, zodat ze de volgende keer zelf de koffie kunnen klaarzetten. Dat zijn de spelregels, hier in een heel klein voorbeeld, maar dat kun je op alles toepassen. Waar kun je zelf initiatief in nemen, en waar heb je hulp bij nodig?’ 

 

Dit blog maakt onderdeel uit van het project Publiek-Civiele Samenwerking, waarin Waag onderzoekt hoe overheden en burgerinitiatieven beter samen kunnen werken in de toekomst.

Gepubliceerd

Auteur

Imme Ruarus

Links

projecten

Deze activiteit is (mede)gefinancierd met de PPS-toeslag van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat vanuit CLICKNL. CLICKNL is het topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) van de creatieve industrie.