Een 'intens saaie' nieuwbouwwijk leven inblazen

Het lijkt wel een wet: de eerste jaren van zijn bestaan is een nieuwbouwwijk nog saai en levenloos. Sporen van bewoning moeten nog in de verse gebouwen en straten trekken, slappe boompjes moeten nog groeien en de pleintjes blijven angstvallig steriel. Maar er wonen wel al mensen. Dus: hoe versnel je het proces? Hoe zorg je ervoor dat een nieuwbouwwijk sneller levendig en gezellig wordt?

In het project Contemporary Commoning deed Waag hier onderzoek naar in samenwerking met verschillende partners. We togen naar Zeeburgereiland, een conglomeraat van twee nieuwe wijken (de Sportheldenbuurt en de Sluisbuurt), waarvan er een dit jaar werd afgebouwd. Crèmekleurig, strak en met een prachtige skatebaan in het midden: Zeeburgereiland heeft het in zich een gezellige buurt te worden. Maar dit is het nog niet. Socrates Schouten van Waag legde in een serie van drie blogs het project vast dat hij op Zeeburgereiland uitzette om te kijken of het de wijk tot leven zou wekken. Samen met Jeffrey Bolhuis creëerde hij hier de Wielemaatjes. Lees nu deel 1: de start van het onderzoek.


Hoe maak je een nieuwe buurt energiek? 

‘Een intens saaie toendra’: zo werd de nieuwbouwwijk Zeeburgereiland in Amsterdam-Oost in 2020 in Het Parool genoemd. Nieuw gebouwde wijken hebben vaak enige tijd nodig om tot leven te komen: ze moeten ‘ingewoond’ worden. Hoe voorkom je dat nieuwe buurten jarenlang strak, kaal en saai zijn? Kun je sneller tot initiatief en beweging komen? Daar deed Waag onderzoek naar, samen met AP+E, de Gerrit Rietveld Academie, kunstcollectief RAAAF en de Universiteit van Amsterdam. Op de intens saaie toendra van het Zeeburgereiland begonnen we ons onderzoeksproject Contemporary Commoning. 

Rommel en netheid op Zeeburgereiland

Op dit moment verrijzen op Zeeburgereiland in hoog tempo nieuwe buurten, waar grote ambities gelden op het gebied van duurzaamheid. Veel gebouwen zijn (bijna) klimaat- en energieneutraal en op het gebied van mobiliteit en afvalverwerking wordt volop geëxperimenteerd. De brochures schetsen dus een levendige en duurzame wijk, die inspireert en klaar is voor de toekomst. 

Ooit was Zeeburgereiland een baggereiland, opgespoten met de resten van de Amsterdamse vaarwegen en de westelijke havens. Het ontstane eiland werd gebruikt als militair terrein en later vestigde een grote rioolwaterzuivering zich er: de 'RI-Oost'. Drie slibsilo's, elk ruim twintig meter in de hoogte en de breedte, zijn daar een iconische herinnering aan. De collega-onderzoekers van RAAAF ontwikkelden een spraakmakende interventie in de oude silo’s.

De Silo's op Zeeburgereiland ten tijde van de RAAAF-interventie - Contemporary Commoning - Foto Maurice Spees
Foto: Maurice Spees

Het Zeeburgereiland deed lange tijd rommelig aan. Nu verdwijnen de ‘rafelranden’ van Zeeburgereiland juist steeds meer. De Sportheldenbuurt en  straks de Sluisbuurt zijn nette buurten met woontorens en aaneengesloten blokken. De woningbouw is afwisselend, maar toch ook gelijkmatig qua uitstraling. Wat ons opviel als onderzoekers is dat de Sportheldenbuurt een soort kaalheid heeft, terwijl er toch zoveel te zien is. 

Waar ligt dat aan? Wat maakt een buurt kaal of saai? Is het misschien niet goed om een beetje rommeligheid en onduidelijkheid te behouden? Met die vraag gingen we aan de slag – door middel van onderzoek en ontwerp.

Het onderzoek

Als onderzoekers kijken we vooral naar de openbare ruimte (of 'publieke ruimte') van de stad. Als je het hebt over publieke ruimte, heb je het over straatleven. Dan kom je al snel uit bij buitenactiviteit. En die is er zeker op Zeeburgereiland, dankzij de nu al beroemde skatebaan en alle andere sporters op de Urban Sports Zone. 

Het gaat echter meer om de subtiele kant van de publieke ruimte: de totale kwaliteit van een plek, die ontstaat als optelsom van de losse delen. Daarbij spelen woningen en hun directe omgeving een grote rol. Een gebouw kan vriendelijk en sociaal zijn, of gesloten en onleesbaar. Door te sleutelen aan het ontwerp van een gebouw, de toegangen en de omgeving (dus eigenlijk: de stoep), kun je bewoners verleiden om naar buiten te gaan en de buurt levendig te maken. Daar heb je actieve bewoners voor nodig, maar dus ook een goed ontwerp. 

Dat ontwerp blijkt steeds weer lastiger dan we dachten. In de Sportheldenbuurt is veel geld en aandacht gestopt in het ontwerp van de buitenruimte, zoals de beplanting en het sportpark. Maar in een nieuwbouwwijk heb je meer nodig om sfeer te maken. De stad rijpt traag, net zoals een boom traag groeit en tijd nodig heeft om het groene monument te worden waar we zo aan hechten. Om een stad tot leven te wekken moeten we meer kijken naar die subtiele kant van de publieke ruimte. Vooral de mogelijkheid voor bewoners om zich hun directe omgeving eigen te maken, zonder dat die ook van hen is, is belangrijk.


Lees volgende week deel 2: de theorie.

  • Over het gehele project Contemporary Commoning werd een krant gemaakt voor de buurt, die online te downloaden is.
  • Socrates schreef tevens een groter essay over dit project: Energie losmaken, energie vastleggen. Download het essay.

Gepubliceerd

Auteur

Socrates Schouten

Links

project

Contemporary Commoning maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Smart Culture met projectnummer CISC.KC.223 dat (mede)gefinancierd is door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).