Inspiratie uit de permacultuur

Het lijkt wel een wet: de eerste jaren van zijn bestaan is een nieuwbouwwijk nog saai en levenloos. Sporen van bewoning moeten nog in de verse gebouwen en straten trekken, slappe boompjes moeten nog groeien en de pleintjes blijven angstvallig steriel. Maar er wonen wel al mensen. Dus: hoe versnel je het proces? Hoe zorg je ervoor dat een nieuwbouwwijk sneller levendig en gezellig wordt?

In het project Contemporary Commoning deed Waag hier onderzoek naar in samenwerking met verschillende partners. We togen naar Zeeburgereiland, een conglomeraat van twee nieuwe wijken (de Sportheldenbuurt en de Sluisbuurt), waarvan er een dit jaar werd afgebouwd. Crèmekleurig, strak en met een prachtige skatebaan in het midden: Zeeburgereiland heeft het in zich een gezellige buurt te worden. Maar dit is het nog niet. Socrates Schouten van Waag legde in een serie van drie blogs het project vast dat hij op Zeeburgereiland uitzette om te kijken of het de wijk tot leven zou wekken. Samen met Jeffrey Bolhuis creëerde hij hier de Wielemaatjes. Lees nu deel 2: de theorie.


Hoe eigenaarschap en ecologie te verenigen?

Eigenaarschap en ecologie als kernwaarden voor de stad: dat was het vertrekpunt van ons ontwerpend onderzoek (lees hierover in blog 1) binnen Contemporary Commoning, het project dat onderzoekt hoe we de ‘inwoning’ van de nieuwbouwwijk Zeeburgereiland kunnen versnellen. We maken hierbij gebruik van het idee van ‘permacultuur-urbanisme’. Dat is een sociaal en ecologisch gedachtegoed dat zowel draait om ideeën over de directe beleving van een buurt, als dat het een richting geeft voor de lange termijn, gegeven de ecologische toekomst die ons te wachten staat.

Permacultuur is een praktijk die zich richt op langdurige, ecologische teelt gebaseerd op ideeën over het samenleven van natuur en mens. In een permacultuurtuin staan struiken, bomen, klimplanten en eenjarige planten kriskras (maar toch gestructureerd) door elkaar heen. Vaak zijn er ook schuren en huizen te vinden. Permacultuur gaat over leef- en woonsystemen waarin de bewoners – mensen, planten, dieren – elkaars voordelen benutten. 

Observeer en reageer

Het eerste principe van permacultuur is ‘observeer en reageer’: kijk goed hoe het landschap werkt en hoe je met dat landschap – de luwe hoekjes, een glooiing op het zuidwesten, een verkoelende groep bomen – kan werken. De zuidgevel van een huis houdt lang warmte vast en biedt een goed microklimaat voor planten die warmte vereisen. Bij de ingang van de woning kun je het beste de planten en functies aanbrengen die je vaak ‘even moet zien’ en bijhouden, omdat je daar steeds langsloopt. 

Permacultuur gaat dus over het vormgeven en onderhouden van woonsystemen met volop aandacht voor de reeds aanwezige kwaliteit. Bewaren wat werkt, in plaats van schoffelen, platwalsen en steeds opnieuw beginnen – dat laatste is namelijk een proces waarin kwaliteit en energie verloren gaan.

Dat klinkt allemaal alsof het alleen met groene vingers te maken heeft. Maar deze principes zijn net zo goed van toepassing voor de stad. Niet voor niets zijn er veel denkers en ontwerpers die de link tussen stadmaken en tuinieren leggen. Het zorgvuldig vormgeven van de woonomgeving, door te zorgen dat mensen zich eigenaar voelen van de omgeving en zelf overgangszones creëren, is van het grootste belang. Het is zelfs een noodzakelijke voorwaarde voor het adresseren van de grote ‘opgaven’ waar we voor staan.

'Think like a gardener, not an architect: design beginnings, not endings.'

– Brian Eno

Open vormen

De kaalheid en saaiheid van een nieuwe wijk als de Sportheldenbuurt ligt niet aan de moeite die in het ontwerp is gestoken. Lees je de plannen en zie je de tekeningen, dan zit er veel denkwerk achter. De schoen wringt hem echter in de gebruikelijke ontwerphouding dat alles ‘af’ moet zijn als je het bouwt. Alles strak, netjes, en klaar voor de rit. Terwijl een nieuwe buurt eigenlijk niet af kán zijn. Er is de werking van jarenlang gebruik en inmenging nodig om karakter te geven. Het gevoel een plek te hebben, een die groter is dan het huis alleen, ontstaat als de dingen een beetje verweren, een paar keer van gebruik hebben gewisseld, geschiedenis hebben opgebouwd. Het klinkt alsof er gewoon een hoop tijd overheen moet gaan voordat je daar bent, maar de truc zit hem er eerder in de dingen niet zo ‘af’ te maken. 

Het Wielemaatje is een stalen ding, en geen plant, en kan worden verplaatst en op verschillende manieren worden gebruikt. We noemen dat ‘open architectuur’ of ‘open vormen’. Met het Wielemaatje sluiten we aan bij een ontwerptraditie die onaffe bouwwerken en objecten introduceert. 'Think like a gardener, not an architect: design beginnings, not endings,' aldus Brian Eno, die ook geldt als inspiratiebron voor ons werk. Het Wielemaatje is een voor verschillende interpretaties vatbaar object, onaf en onbestemd. Hiermee zaaien we kiemen die in de cleane, affe buitenruimte kunnen ontspruiten en zo helpen een geschiedenis op te bouwen. In het experiment onderzoeken we de mate waarin de bewoners van het eiland deze objecten ook echt in gebruik nemen, ze toe-eigenen of juist misschien verwerpen. Worden de Wielemaatjes omarmd in een nieuwe plek als de Sportheldenbuurt? Of zijn hier bewoners gekomen die juist wel houden van een gepolijste stad met duidelijk afgebakende en ingevulde zones?


Lees volgende week deel 3: de Wielemaatjes veroveren Zeeburgereiland.

Gepubliceerd

Auteur

Socrates Schouten

Links

project

Contemporary Commoning maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Smart Culture met projectnummer CISC.KC.223 dat (mede)gefinancierd is door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).