Maakonderwijs voor beter ruimtelijk inzicht

Met name meisjes en kinderen uit een lager sociaal-economisch milieu scoren minder goed op ruimtelijk inzicht dan jongens. Marten Westerhof doet onderzoek naar hoe ruimtelijk inzicht kan worden vergroot door het inzetten van maakonderwijs. Een van Waags vertrekpunten is dat je leert door te maken. Maakonderwijs stelt mensen in staat te leren door te doen en een kritische houding ten opzichte van technologie te ontwikkelen. Ze ontdekken, testen en proberen, en leren zo hun creativiteit te uiten. Vandaag spreken we met Marten Westerhof wat ruimtelijk inzicht nou eigenlijk is, hoe de verschillen tussen jongens en meisjes mogelijk ontstaan en hoe maakonderwijs hier een sleutelrol in kan spelen.

Stel jezelf eens voor.

Marten Westerhof, Waag, 2022
Marten Westerhof

Ik ben Marten, 25 jaar oud, en ik doe mijn PhD aan de Technological University Dublin. Op dit moment onderzoek ik hoe het ruimtelijk inzicht van kinderen kan worden vergroot door de inzet van maakonderwijs. Eerder studeerde ik Industrieel ontwerpen aan de TU Delft. Voor mijn afstudeerproject ontwikkelde ik een toolkit waarmee leerzame workshops in ontwerpen georganiseerd kunnen worden. De workshops waren gericht op kinderen op het platteland van Kenia. Met lokale materialen leren ze er spelenderwijs ontwerpvaardigheden aan. 

Wat is ruimtelijk inzicht precies?

Ruimtelijk inzicht is het kunnen visualiseren, denken met, transformeren en communiceren over ruimtelijke concepten, zoals bijvoorbeeld vorm, grootte, oriëntatie, en rotatie. Iemand met ruimtelijk inzicht kan zich bijvoorbeeld bij een vouwpatroon al voorstellen hoe het eruit zal zien voordat hij het object in elkaar gevouwen heeft. Een ander voorbeeld is dat je begrijpt hoe een object er vanuit andermans perspectief uit ziet in plaats van alleen maar vanuit je eigen perspectief. Bij heel jonge kinderen wordt vaak geoefend met een houten kist met verschillende vormen van gaten erin, een zogenaamde vormstoof, waar kinderen het juiste vormpje in het juiste gat moeten krijgen.

Hoe relateert dat aan je onderzoek?

Mijn onderzoek valt binnen het Europese project SellSTEM. In de disciplines die STEM genoemd worden (Science, Technology, Engineering, Maths) is ruimtelijk inzicht een belangrijke factor. Een groot ruimtelijk inzicht heeft een positief effect op andere vaardigheden, zoals wiskundige vaardigheden. Het doel van mijn onderzoek is om te kijken hoe we met maakonderwijs ruimtelijk inzicht kunnen vergroten. Met behulp van zogenoemde psychometrische tests – waar ruimtelijke taken worden uitgevoerd op papier – kunnen we het ruimtelijk inzicht van een individu kwantificeren. Dit soort tests geeft een waardevolle definitie van ruimtelijk inzicht. Ze zijn bijzonder effectief gebleken bij het voorspellen van interesse en succes in STEM-disciplines, al vanaf jonge leeftijd. Dezelfde tests laten zien dat gender-gerelateerde stereotypen en demografische factoren zoals socio-economische status gemiddeld genomen scores op die tests negatief beïnvloeden. Eén van de vragen die ten grondslag ligt aan ons project is dus of we er voor kunnen zorgen dat meer kinderen, en met name meisjes, geïnteresseerd raken en -blijven in bètavakken.

Moeten wat jou betreft meer meisjes succesvol ingenieur worden?

Er zullen veel mensen zijn die zeggen: er zijn te weinig vrouwelijke ingenieurs. Mijn insteek is meer dat ik vind dat ieder individu de kans moet hebben gehad om zich breed te ontwikkelen. Het vergroten van ruimtelijk inzicht in zijn algemeenheid is waardevol. Het betekent niet dat meisjes bijvoorbeeld andere dingen moeten laten liggen, maar wel dat ze kansen krijgen om ruimtelijke vaardigheden op te doen. Misschien leidt het er ook toe dat  meer meisjes zich verder in STEM-vakken en ingenieursberoepen interesseren.

Zijn de verschillen tussen jongens en meisjes groot?

Jongens en meisjes beginnen al op een zeer jonge leeftijd uit elkaar te lopen qua ruimtelijk inzicht. Jongens scoren beter op tests voor ruimtelijk inzicht dan meisjes. Een idee daarover is dat jongens vaker met blokken spelen en meisjes wellicht eerder een pop in de handen geduwd krijgen. Een mooi voorbeeld daarvan is een experiment van de BBC: een willekeurige volwassene krijgt een willekeurig kind toegewezen en mag dan samen met dat kind spelen in een ruimte met allerlei speelgoed. De volwassene krijgt van tevoren alleen de naam van het kind te horen. Vervolgens trekken de meeste volwassenen snelle conclusies over welk speelgoed bij welk gender past: meisjes krijgen poppen en paardjes aangeboden en jongens robots en kranen. Omgevingsfactoren hebben sterke invloed op de ontwikkeling van ruimtelijk inzicht. Het is daarom van groot belang kinderen de mogelijkheden te bieden hun ruimtelijk inzicht te ontwikkelen, bijvoorbeeld door middel van ervaringen waarin zij het gebruik van ruimtelijke concepten in taal, gebaren en representaties kunnen oefenen.

Wat ga je doen bij Waag?

Waag doet heel veel interessante dingen op het gebied van maakonderwijs, vooral bij de trainingen van docenten, de Teacher Maker Camps. Door docenten op te leiden bereik je uiteindelijk de meeste kinderen en dat faciliteert Waag. De ervaringen die ik hier opdoe, neem ik mee in mijn onderzoek. Nu ik een duidelijker beeld heb van de theorie over ruimtelijk inzicht, kan ik bij Waag bestuderen hoe het maakonderwijs er in de praktijk aan toe gaat. Op deze manier kan ik een vertaalslag maken van theorie naar praktijk, en vice versa. Zo hoop ik de praktijk van Waag mee terug te nemen in mijn onderzoek en daarnaast direct bij te dragen aan het maakonderwijs bij Waag.