Meten voor een gezonde stad

Het RIVM en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu hebben een handige brochure gemaakt voor iedereen die geïnteresseerd is in het zelf meten van de luchtkwaliteit, getiteld 'Meten voor een gezonde stad' (pdf). Hierin wordt ingegaan op de betekenis van citizen science en het geeft heldere uiteenzetting welke stoffen precies invloed hebben op de luchtkwaliteit. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen fijnstof en roet, in welke eenheden wordt er gemeten en wat voor sensoren en meetapparaten zijn er momenteel voorhanden?

Zo'n overzicht is erg nuttig, vooral omdat je dan weet waar je over hebt als er wordt geproken over “parts per billion/million” (ppb/ppm) of “microgram per kubieke meter buitenlucht” (μg/m3). Iedereen die meedoet in een burgermeetinitiatief kan het boekje maar beter onder handbereik houden.

De basis voor de brochure wordt gevormd door het RIVM-rapport 'Luchtkwaliteit meten met sensoren'. In deze publicatie wordt wat meer in detail ingegaan op de diverse sensoren die momenteel op de markt zijn. Aangezien de technologie nogal aan verandering onderhevig is, zal RIVM proberen de publicatie up-to-date te houden. Voor het moment is het echter een prima overzicht, dat alle mogelijkheden op een rijtje zet.

Conclusies

De conclusie in het rapport is dat de technologie van goedkope luchtkwaliteitmetingen met behulp van goedkope (slimme) sensoren zich net begint zich te ontwikkelen: "Goedkope slimme sensoren zijn nog niet in staat zijn om de traditionele metingen te ondersteunen, laat staan te vervangen. Dit heeft met name te maken met de hoge onzekerheid en de mate van gevoeligheid voor allerlei verstorende invloeden van deze meetinstrumenten. Ondanks de beperking in de betrouwbaarheid van de data maakt zelf kunnen meten mensen enthousiast. Eigen waarnemingen willen mensen ook graag delen. Dit omdat het zelf doen simpelweg leuk en leerzaam is."

In het Amsterdam Smart Citizens Lab gaat we dit jaar in Europees verband verder met onderzoeken hoe ‘het zelf meten’ kan bijdragen aan een beter begrip van de leefomgeving, en uiteindelijk een gezondere, socialere en meer verbonden stad.